Column week 30-12: Nostalgie

Daar lagen ze dan op een rijtje onder de vlaggetjes, die fungeerden als startlijn. Hun stoffen capjes op hun hoofd. Sommige hadden hun touwtjes onder hun kin vast geknoopt, anderen hadden hadden de touwtjes zo strak aangespannen dat ze hem achter in hun nek konden vast maken. Aan de binnenkant lagen Roy Meyboom, Remco Hitzert, Peter Gildemeester en Richard Broer. In het midden allemaal zwemmers die ik niet kende en aan de buitenkant lagen Remco Folkertsma, Joost Kuijlaars en Joop Lam.

Het fluitje ging en de armen en benen bewogen fanatiek in het rond. De groep Meyboom spurtte gelijk naar voren, terwijl de groep Folkertsma gelijk dwars nog verder naar buiten zwom. Ik als klein jongetje van 14 snapte er niks van. Mij was als klein jochie, door clubgenoot Peter Gildemeester, altijd geleerd om de korteweg te kiezen. Zo streden Stephan Schoon, Louis van Schaarenburg, Ralf Mertens, Maarten van Lierop en ik menig wedstrijdje uit om de ereplaatsen. Dicht tegen de boeien en soms in de touwen.

De groep Folkertsma maakte veel meer meters, maar op het keerpunt van 500m lagen ze dik 20seconden voor op de groep Meyboom. 'Hoe kan dat?', vroeg ik me af. Mama Folkertsma en Meneer Lam riepen in koor: Daar staat stroming!

Na 2km kwam er de finish en kwam Remco Folkertsma solo aan bij de finish, gevolgd door Meyboom die bij het tweetal Kuijlaars en Lam was gekomen en zij kwamen ook in deze volgorde aan.

De fitte strakke afgetrainde lichamen van Folkertsma en Meyboom stonden schril in het contrast met de al wat oudere lichamen van Kuijlaars en Lam. Dat waren al begin dertigers. Toch vond ik het knap dat zij zo mee konden strijden.

Met grote ogen keek ik op naar de mannen van de 2, 3, en soms 5 km! Wat gingen ze hard. Dikwijls haalden ze de 22 minuten op de 2km, vaak de 23 minuten maar zelden de 24, want dan ging het wel heel langzaam. Vaak vroeg ik me af zou ik dat ooit ook kunnen? Dat was begin jaren 90. Al die zwemmers van toen zijn weg. Folkertsma nooit meer gezien maar schijnt ergens in Almere te wonen, Gildemeester werkt en woont in Amsterdam, Lam heeft een vrouw en is getrouwd ( had ik overigens nooit gedacht dat dat zou gebeuren maar dat terzijde ), Kuijlaars is trainer, Hitzert woont in Zwitserland en wie mij kan vertellen waar Roy Meyboom is gebleven krijgt een bidon van Daan Glorie.

Toch zie ik een parallel met die begin jaren 90: Marcel Schouten is een beetje de Remco Folkertsma, het talent in open water. Ferry Weertman, de zwembadzwemmer die ook even open water zwemt, voor de aardigheid nemen we Daan Glorie als Remco Hitzert en Jan Willem van de Graaff is Peter Gildemeester. Mevrouw Folkertsma blijft Mevrouw Folkertsma, want goede dingen verroesten niet! Richard Broer blijft de Richard Broer, want ook die verroest niet. Joop Lam kun je niet kopiëren want daar is er maar 1 van. Maar dan komt de vraag: Wie ben ik dan? En dan kom ik tot de conclusie dat er maar 1 over blijft: En dat is Joost Kuijlaars, maar of ik daar nou zo blij van moet worden? Misschien moeten we het oude maar bij het oude laten en hopen dat er over 20 jaar niet iemand dezelfde gedachte heeft als mij en tot de conclusie komt dat hij op Joost Kuijlaars en Alexander Hulleman begint te lijken, want dan zou ik gelijk stoppen met open water zwemmen....

Daar lagen ze dan op een rijtje onder de vlaggetjes, die fungeerden als startlijn. Hun stoffen capjes op hun hoofd. Sommige hadden hun touwtjes onder hun kin vast geknoopt, anderen hadden hadden de touwtjes zo strak aangespannen dat ze hem achter in hun nek konden vast maken. Aan de binnenkant lagen Roy Meyboom, Remco Hitzert, Peter Gildemeester en Richard Broer. In het midden allemaal zwemmers die ik niet kende en aan de buitenkant lagen Remco Folkertsma, Joost Kuijlaars en Joop Lam.