Column week 32-12: IJsselmeermarathon

“Welkom terug dames en heren.” zegt tv-presentator Winston Gersta nog iets als de “Perfecte Show” verder gaat. “We hebben nog 2 kandidaten over en we komen bij de allerlaatste, beslissende vraag. Wie deze vraag goed heeft, wint het perfecte kado van deze perfecte show met uw perfecte presentator.

“Wie van de zwemmers die op dit moment ook nog steeds zwemt, heeft in 1997 deelgenomen aan de zwemmarathon Stavoren – Medemblik?” Het nadenkmuziekje loopt. Beide kandidaten schudden het hoofd. “Denk goed na.”, zegt Winston Gersta naja en nog iets.

In 2009 mocht ik mee op de boot van Bianca de Bruijn. Ik zou haar race vanaf de visafslag in Stavoren tot de finish bij de Brakeboer in Medemblik filmen. De avond ervoor hadden we heerlijk macaroni gegeten zoals alleen Fatima de Bruijn dat kan maken. Zelfs de macaroni van mijn moeder kan daar niet aan tippen. Ondanks dat ik gewoon op de boot mocht zitten was ik de avond ervoor gewoon zenuwachtig. Zouden we het halen? Hoe lag het IJsselmeer erbij? Zou die schipper Bart niet de verkeerde kant op varen en dat we uiteindelijk in Enkhuizen uit zouden komen? Zou ik niet zeeziek worden? Ik wist dat Bianca een pleister er voor op haar lichaam zou plakken, maar stoer als ik ben weigerde ik. Een echte man wordt niet zeeziek.

De race was begonnen en ik had al aardig veel minuten gefilmd. Hoe iedereen dik werd ingevet. Hoe de zwemmers allemaal op de boot gingen en hoe de volgboten één voor één de haven van Stavoren uit varen. Na ongeveer 2 uurtjes lag Bianca op kop en achter ons zagen we de andere boten van onder andere Ian vd Hulst, Daan Glorie, Jan-willem vd Graaf en Evelien Sohl. Tussen de volgboten voeren ook de jury- en doktersboot. De boten stonden allemaal met elkaar in verbinding en op een bepaalde radiogolf. Af en toe praatte er iemand om wat informatie te geven. Opeens hoorde ik het volgende gesprek:

“Hier de juryboot voor de doktersboot.”

“Hier doktersboot. Zegt u het maar.”

“Wij hebben hier een zieke scheidsrechter aan boord. Heeft u wat tegen zeeziekte?”

“Wij komen er aan.”

Op dat moment voer de juryboot ons voorbij. Scheidsrechter Robert van Vuuren zat op het dek met zijn gezicht verstopt in een emmer. Het ging niet zo goed met hem. Uit het achterveld kwam de doktersboot met snelle vaart richting de juryboot. Een kleine tien minuten later weer een gesprek tussen juryboot en doktersboot:

“Hier nog een keer de juryboot voor de doktersboot.”

“Zegt u het maar.”

“Die pil die u de scheidsrechter heeft gegeven. Hij krijgt hem niet doorgeslikt.”

Op dat moment valt er een stilte op de radio totdat de doktersboot zegt:

“Het is ook een zetpil!”

Zaterdag ben ik er ook weer bij. Voor de derde keer zal ik meegaan in de stoet over het water. Voor de tweede keer zal ik meegaan op de boot en kijken naar de geweldige zwemmers en zwemsters die die monstertocht gaan doen. Die ene keer in 1997, waarin ik als 14-jarig jochie meedeed als estafette-zwemmer was mij meer dan genoeg. Ik sta liever op de boot te kijken of Robert van Vuuren inmiddels een echte kerel is geworden.