Column week 33-12: Volle monden

Normaal gesproken probeer ik in mijn column altijd een leuk stukje te schrijven, maar nu moet er toch echt iets van mijn hart. Ik erger me aan iets. Sinds ik aan het begin van het seizoen weer terug ben op de wedstrijden merk ik dat er ten opzichte van 2009 en eigenlijk van 2002 iets is veranderd. Vroeger liep iedereen met kilo's in stukken gesneden kaas, tientallen in plakken gesneden komkommers, liters dubbelfris bij elkaar uit te delen en voetbalden wij als zwemmers tot we toch echt voor de laatste keer door de speaker naar de voorstart werden geroepen. Alle verenigingen zaten door elkaar en iedereen had lol met elkaar.

De voetbal heb ik al sinds 2002 bijna niet meer gezien. De plaatselijke supermarkten bestellen sinds  2002  minder kaas, komkommer en dubbelfris en iedereen maakt zijn eigen verenigingskringetje en blijft netjes op zijn stoel zitten. Ik vind dat jammer. De leuke, gemoedelijke sfeer is verdwenen. Daarom stel ik voor om in Heerjansdam een stoelendans te doen waarbij iedereen, wanneer de muziek stopt, ergens anders gaat zitten en verplicht 10 minuten met diegene die naast hem of haar gaat zitten praat. Zorg ik voor de kaas en de komkommer zodat bij ongemakkelijke stiltes je altijd nog kunt kauwen, onder de noemer 'ik ben netjes opgevoed en praat niet met volle mond!'

Over volle monden gesproken. Die zie je steeds vaker. En ik begin me er aan te irriteren. Vroeger zei mijn vader altijd: Als je iets niet wil zien, dan moet je maar de andere kant op kijken. Ik heb het in Anna Paulowna geprobeerd, het lukte niet. Ik heb het 2 dagen in Hoorn geprobeerd, het lukte niet. Ik heb het in Vught geprobeerd, maar dat was helemaal kansloos. Zo langzamerhand waar je ook kijkt, je ziet overal volle monden. Volle monden gevuld met een lap vlees dat van iemand anders is. Kortom  setjes die elkaar de hele dag staan af te lebberen.  Als een soort virus of schimmel vermenigvuldigen  ze zich door het open water zwemmen. Dan weer bij de voorstart, dan weer midden in een verenigingsgroep en soms op een tribune van het voetbalveld naast de wedstrijdbaan op de route naar de wc. Ik vind het onsmakelijk. Ik vind het vies. Ik vind het uitzichtvervuiling. In de tijd dat ik wat jonger was zag je ze niet. Ze waren er wel, maar je zag ze niet. En waarom niet? Omdat de setjes en hun volle monden met ronddraaiend vlees zich altijd verscholen. In de bosjes bij Stadskanaal, achter het scoutinggebouw van Anna Paulowna,  in de douches van Scheerwolde, in de auto van de vader van Astrid Koert, achter het tentje van Nic Geers, maar nooit open en bloot zodat iedereen mee kon genieten. Naja, genieten. We zijn ongewild toeschouwer van kalverliefde.

Gelukkig duurt het seizoen nog 4 weekenden en gaat de transfermarkt voor setjes voor volgend jaar daardoor ook weer open, want uit ervaring weet ik dat de setjes van de zomer soms maar moeilijk de winter overleven. En als nou volgend seizoen bij de eerste wedstrijden het jachtseizoen weer is geopend, begin dan eerst eens met een rondje 'hand in hand'-lopen in het park zoals  Marcel en Elena. Dan blijft er voor ons ook nog wat te raden over of jullie nou wel of niet een setje zijn. Hebben wij, als oudjes, ook nog wat gespreksonderwerpen, anders moeten wij onze monden de hele tijd vol stoppen met stukjes kaas en komkommers.