Column week 34-12: Passie

Op de maandag na de Swimcup in Amsterdam stond ik voor mijn klerenkast en keek ik naar het zwarte bakje. Het zwarte bakje dat al ruim 2 jaar een bakje was waar ik nooit meer in had gekeken of hem van de plank had gepakt waar hij op stond. Het zwarte bakje had een magische werking op mij. Het leek net dat wanneer de schuifdeur van de klerenkast openging en het bakje te voorschijn kwam dat hij riep: “Kom dan. Pak er dan wat uit.”

Die maandag had ik besloten om er daadwerkelijk iets uit te pakken: een zwembroek en een zwembril. Ik trok mijn gele Björn Borg XXL onderbroek van mijn kont en pakte mijn speedotrainingsbroekje van ruim 2,5 jaar geleden. Het broekje was maat M en ik paste er voor geen mogelijkheid in zonder dat er niet aan de boven-, onder- of zijkant overtollig vet uitfloepte waardoor het onmogelijk was om hem aan te hebben. Ik keek in de spiegel en zag mijzelf. Ik walgde van mijzelf. Hoe had ik het zo ver kunnen laten komen? Naast de klerenkast stond de weegschaal. Ik had er denk ik al anderhalf jaar niet op gestaan, want sinds de 7 weer in een 8 was veranderd vervloekte ik dat ding. Voorzichtig tilde ik een voet op de koude glazen plaat. Ik haalde hem er gelijk weer af want ik durfde niet. Mijn voet stond afgedrukt op de glazen plaat.  Ik keek ernaar en besefte dat dit het moment was om te kijken wat de schade van 2,5 jaar lang chips, saucijzenbroodjes, pizza    en custardkoekjes vreten was. Ik dwong mezelf om er op te gaan staan. Ik moest weten waarom ik meneer Rolleman werd genoemd. Ik moest weten waarom ik dat trainingsbroekje, de overhemden en de spijkerbroeken van 2 jaar geleden niet meer aan kon. Ik haalde diep adem en duwde mezelf op de glazen plaat. Waar vroeger 2 cijfers voor de komma stonden, stonden er nu 3.

Een 1 een 0 en een 2, wat er achter de komma stond heb ik niet meer kunnen lezen, want ik stapte er met grote snelheid af. Ik pakte mijn zwembril, rende de trap af en stormde, terwijl ik mijn jas aandeed, door de kamer op zoek naar mijn portemonnee en autosleutels. Die was ik voor de zoveelste keer kwijt. Uiteindelijk vond ik de portemonnee onder een stapel post en de sleutels lagen op de wc omdat ik toen ik vanmorgen thuis  kwam met hoge nood een grote boodschap moest doen.  Ik stapte de auto in, scheurde naar de sportwinkel en kocht een nieuwe Speedo, maatje 8 zou toch wel groot genoeg zijn? De verkoopster keek mij aan en maakte een mwah-gebaar van 'zou net kunnen', maar ik vertikte om een 9 te pakken. Ik reed naar het zwembad, kocht gelijk een kwartaal-abonnement en liep naar de kleedkamer. Deed mijn zwembroek aan. Deed mijn zwembroek uit, want het prijskaartje moest er natuurlijk nog wel even af en deed mijn zwembroek weer aan. Ik pakte mijn zwembril uit de tas en hield mijn buik zo veel mogelijk in. Dat hield ik tot de douches vol, daar kwam ik de badmeester tegen die mij met grote ogen aan keek. Mijn buik plofte gelijk weer in zijn normale hangstand, want me dunner voor doen had toch geen zin, die plofbuik kon ik niet verbergen. Ik zette bij de rand van het zwembad mijn bril op mijn ogen en dook als een volmaakte 'Free Willy' het water in.

Ik zwom naar de overkant en dacht: he..Ik kan het best nog wel. Ik zwom terug: ach sprinten was nooit mijn ding, de komende banen zal het vast makkelijker worden, want conditie had ik altijd wel. De derde en de vierde baan hijgde ik als een ervaren roker, maar ik had nog nooit een sigaret aangeraakt.  Ik kwam tot de conclusie dat het nog een lange weg was naar het oude lichaam van 2 jaar geleden, om nog maar te zwijgen van het kunnen zwemmen als 2 jaar geleden.

Ik zwom, ik trainde, ik sportte op de sportschool, ik at gezond, ik ging niet naar de Mc Donalds, ik at geen zak chips meer leeg voor ik ging slapen, ik dronk geen liters cola meer op een dag, ik zwom harder, ik trainde harder, ik sportte beter op de sportschool. Beetje bij beetje werd ik weer de oude Alexander van 2 jaar geleden. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Ik werd weer gelukkig van het op en neer zwemmen. Ik realiseerde me dat ik dit 2 jaar lang had gemist en dat ik veel eerder dat zwarte bakje uit de kast had moeten pakken. Dan had ik misschien geen nieuwe zwembroek hoeven kopen, of wellicht alleen een maatje 6 of 7. Ik realiseerde me dat ik mijn passie terug had gevonden. Mijn leven was weer mijn leven zoals het hoorde te zijn.

Afgelopen zondag reed ik met een voldaan gevoel naar huis. Ik had op alle afstanden die ik dit weekend had gezwommen het podium gehaald en zelfs 2 baanrecords gezwommen. Toch baalde ik dat ik zondag op 1 honderste van een seconde 2e was geworden op de 1km vrijeslag heren. Op weg naar huis besefte ik dat ik onwijs gelukkig mag zijn dat ik op 1 honderste 2e werd. Ik had ook als een Homer Simpson met een veel te dikke buik met naast me een krat bier, 3 leeg gegeten zakken chips, 2 zakken M&M's een bak popcorn en half afgekauwde stukjes kaas op de bank kunnen liggen, terwijl ik zat te kijken hoe Ajax met 5-1 van Roda JC won. Of hoe de Smurfen voor de 9567e keer Gargamel te slim af waren of hoe ze bij Tell Sell mij een buikspierapparaat probeerden te verkopen. Zo zag mijn leven er ongeveer een half jaar geleden in lichte overdrevenheid uit.

Deze week heb ik er veel over nagedacht en mezelf de vraag gesteld: Hoe heb ik het zover kunnen laten komen? Hoe kon het dat ik zo ver van de echte Alexander vandaan was gedreven. IK ben tot de conclusie gekomen dat als je leeft, je ook echt moet leven. Leven zoals jij dat wilt. Dingen doen waar je gelukkig van wordt. Ik besef steeds meer dat ik de juiste keus heb gemaakt door weer te gaan zwemmen, weer echt te genieten van mijn passie. Maar hoeveel mensen verliezen zichzelf in hun werk, gezondheid, relatie of sleur? Hoeveel mensen vergeten wat hun passie is waar ze echt gelukkig van worden? 

Aankomend weekend mag ik gaan strijden met Daan Glorie en Sander van Elburg wie de 3e plaats in het algemeen klassement zal opeisen. En ik zal, net zoals zij, me helemaal vol passie geven. Ik zal nog harder met mijn armen over het water maaien. Nog meer alles uit mezelf gaan halen en als het niet lukt zal ik balen, maar ook beseffen dat ik weer helemaal in mijn element ben. Ik hoop dat als er op dit moment mensen zijn die het gevoel hebben hun passie de afgelopen jaren te zijn kwijt geraakt ze deze weer durven op te pakken, welke passie het ook mag zijn. Want de zin: “Had ik toen maar..”, hoor ik veel vaak.