Column week 36-12: Oud en afgedankt

Daar lig je dan. Al tijden lig je op je zij tussen allerlei andere soortgenoten. Het is donker en je kunt je niet herinneren wanneer je voor het laatst zonlicht hebt gezien. Je voelt je vies, stoffig en onderdelen aan je gaan los zitten. Je bent de eerste beker die aan het begin van de zwemjaren van jouw eigenaar is uitgedeeld. Je hoorde dat je eigenaar Alexander heette.Vanaf het moment dat je werd uitgereikt, werd je aan iedereen getoond. De papa, de mama, de opa en oma, de andere opa en oma, aan vriendjes en vriendinnetjes, aan de hond, aan tantes die veel te natte zoenen geven en aan school. Alexander was zo trots dat hij jou had gewonnen dat hij je de eerste week zelfs mee naar bed nam. Hij aaide over je bolle rondingen en gaf je zelfs een kus voordat hij zijn ogen sloot. Jij voelde je als beker heel speciaal. Je voelde dat hij trots was dat hij jou had gewonnen.

Na jou volgden er nog meer. Veel meer, maar toch was jij die ene speciale beker. De eerste beker die Alexander had gewonnen. Je stond jarenlang tussen al die andere bekers. Je werd elke maand afgestoft en opgepoetst. Waar andere bekers nog wel eens van plek wisselden op de plank in de slaapkamer, stond jij steevast vooraan. Je stond te pronken en Alexander keek je vaak nog even aan, terwijl hij niet naar de andere bekers keek.

Op een gegeven moment veranderde dat. Om je heen kwamen steeds meer bekers. De slaapkamer werd bijna helemaal volgebouwd met soortgenoten. De een was nog groter en mooier dan de andere. Ook zag je dat Alexander ouder werd. Hij kreeg de baard in zijn keel en op zijn kin. Je zag dat hij ineens niet meer speelde met de lego en Playmobil. Die werden omgeruild voor meisjes. Daar speelde hij uren mee. Bij de eerste meisjes waar hij mee speelde liet hij jou en je soortgenoten nog wel eens zien. Toen was je meestal nog wel even speciaal, want hij vertelde trots dat jij zijn eerste was. Aan de latere meisjes, waarmee hij op zijn kamer kwam om te spelen, liet hij jou en je soortgenoten al niet meer zien. Hij begon jullie te verwaarlozen. Je kreeg een dikke laag stof over je heen. Je onderdelen werden niet meer aangedraaid, maar kwamen steeds losser te zitten en hij keek bijna niet meer naar je om. Een tijdje heb je zelfs als boekensteun gefungeerd, toen een boek over sportmassage op jou was gelegd.

Toen kwam de dag dat er ineens allemaal dozen in zijn kamer stonden. Eén voor een werden je soortgenoten netjes in die dozen gelegd met een keukenpapiertje erom heen gewikkeld. Toen jij aan de beurt was keek Alexander nog even naar je en ook jij kreeg een keukenpapiertje om je heen. Je werd in de doos gelegd en de flappen van de doos gingen dicht. Dat was de laatste keer dat je het zonlicht had gezien. Hoelang zou dat al geleden zijn? Weken? Maanden? Jaren? Je bent het hele ritme van dagen kwijt.

Dan opeens gaat de doos open. De hand van Alexander pakt je vast en je wordt uit de doos getild. Je komt op een tafel te staan en je ziet zwemmende jonge kindjes zo hard mogelijk tegen elkaar zwemmen. Eén van de jongens staat juichend op de kant. Hij zal vast hebben gewonnen. Alexander pakt je weer vast en je wordt naar het juichende jongetje gebracht. Hij pakt je stevig vast alsof je een knuffelbeer bent. Hij houdt je omhoog, trots boven zijn hoofd. Hij laat je zien aan zijn papa, zijn mama, zijn zus, die je nog herkent als een van de meisjes waar Alexander ooit mee op zijn kamer speelde, en je wordt aan alle vriendjes van hem geshowd. Je voelt je weer net zo belangrijk als toen je aan Alexander werd gegeven. Je hoort het jongetje vol ongeloof zeggen: Mag ik deze beker echt houden? Dan besef je dat je een nieuwe eigenaar hebt. Een trotse eigenaar die je weer jarenlang op een plankje laat staan. Die je weer jarenlang laat doen waar je goed in bent: Pronken.