Column week 35-12: Gele kaart voor Jury

Ken je dat gevoel dat je de hele middag op een bootje hebt gezeten en dat de zon op je bolletje heeft gebrand? Je bent moe, kapot, helemaal aan de latten. Je ploft op de bank neer en je hebt nergens meer zin in. Eten? Geen zin om klaar te maken. Drinken? Geen zin om naar de koelkast te lopen. Tv aanzetten? Geen zin om naar die bolle kop van Albert Verlinde te kijken. Plassen? Geen zin om je broek open te knopen. Kortom je bent helemaal kapot. Moe! Ik heb daarom diep respect voor al die juryleden die wekelijks in het bootje zitten en geconcentreerd mee kijken hoe wij als zwemmers ons aan de regeltjes houden.

Ten eerste moet je natuurlijk een timmermansoog hebben om te zien dat capnummer 234 WEL een meter en capnummer 167 net 5cm te kort afstand houdt. Dan moet je ook nog eens je fluitje in je mond doen en diep inademen om vervolgens zo hard mogelijk te blazen. Als je geluk hebt kijkt capnummer 167 op, maar als je pech hebt hoort die niks en kijkt capnummer 234 je vragend aan: “Ik hou toch genoeg afstand?” Gelukkig hebben we nu de gele kaarten. Als jury kun je je fluitconcert nu vergezellen met een mooi geel A4-tje waar je met een dikke stift het capnummer op kan schrijven. Dus als capnummer 167 dan eindelijk het fluitje heeft gehoord kan hij zijn nummer, als de zon niet te fel schijnt, lezen op het A4-tje. Vervelender wordt het wanneer capnummer 167 noch het fluitje hoort, noch de gele kaart ziet. Capnummer 234 wil echt wel een tikje op het hoofd van capnummer 167 geven zo van: Hé joch! Kijk en luister even naar de jury, maar ja dat zal wel weer door de jury worden geïnterpreteerd als onsportief gedrag en wordt capnummer 234 met direct rood gediskwalificeerd. Die laat dat wel, dus moet de jury nog harder op het fluitje blazen en de cijfers nog groter opschrijven.

Ik kan me heel goed voorstellen dat je als jurylid helemaal geen zin hebt om de hele tijd op je fluitje te blazen en je druk te maken. Het is immers vrijwilligerswerk en je wilt ook gewoon genieten van je vrije weekend. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat je besluit om gewoon lekker bij 2 man te gaan liggen, die kop over kop zwemmen en  2 minuten voorsprong hebben op de achtervolgende groep. Dat er in die achtervolgende groep dan 8 man ligt en ze elkaar daar de hersenen inslaan, dat zal een zorg zijn, want vorige edities keken de zwemmers toch niet op toen je op je fluitje blies. Jij zit liever in het bootje je lunch-pakket op te eten en met het jongetje dat jouw bootje vaart te praten over de Airbus die laag overvliegt.

Ik kan me heel goed voorstellen dat je als jurylid helemaal geen zin hebt om met een timmermansoog te gaan zitten kijken wie wel een meter en wie niet een meter afstand houdt. Daar worden je ogen moe van en je zult maandag toch weer de hele dag op je werk naar je beeldscherm moeten kijken van je baas. Daar krijg je immers voor betaald. Dus ga je liever met je bootje bij een kopgroep liggen die wel respect voor elkaar heeft, wel genoeg afstand van elkaar houdt en probeert de snelste zwemmer van dit seizoen bij te houden op de 5km. Dat er dan een paar 100 meter verder op een duel voor het jeugdklassement wordt beslist en dat er verschillende keren iemand onder water wordt gedrukt, wordt gekrabd en aan een voet wordt getrokken, dat zal een zorg zijn. Die laat je lekker zonder jury-toezicht aanmodderen, want het is veel leuker om te zien hoe straks de snelste zwemmer van het seizoen weg demarreert en de rest het nakijken geeft.

En toch... Die kaarten. Die gele en die rode kaart. Die branden in je zakken. Net zoals bij voetbalscheidsrechters. Af en toe branden ze in je zak en moet je ze uitdelen. Dus ergens aan het eind van de middag is de drang zo groot dat je besluit om toch je fluitje te pakken, je kaarten alvast naast je op het bankje van de boot te leggen en je wordt scherp in het toezicht houden op de wedstrijd. Bij het minste of geringste beslis je om te fluiten. De eerste gele kaart kun je uitdelen. Ouders die meelopen op de kant protesteren. Het deert je niks. Jij moet en zal die rode kaart te voorschijn halen. De finish nadert. Je wilt dat er nog iets gebeurt waardoor je die kaart kan trekken. Was dat een krab-beweging? Raakte iemand de voeten van de tegenstander? Duwde iemand de ander aan de kant. JA!!! NU !! Nu kun je fluiten! Nu kun je je stift pakken, nu is jouw moment van glorie! Alle ogen zijn nu op jouw gericht. Je strekt je hand uit en geeft hem: De rode kaart. Je voelt je een de scheidsrechter van Ajax-Feyenoord die in de laatste minuut de verdediger van het veld stuurt. Je verwacht een staande ovatie van de supporters, maar je wordt keihard wakker gemaakt door de werkelijkheid. Joelende ouders die jouw actie gelijk diskwalificeren. De rode kaart in de hand trek je langzaam terug. Was je toch te voorbarig geweest? Was dit geen rode kaart waard? Maar nu is dat capnummer wel gediskwalificeerd. Je voelt je schuldig, je voelt je de gebeten hond. Bij de finish zie je de verontwaardiging van iedereen. Het meisje dat door jou is gediskwalificeerd heeft de tranen in haar ogen staan. Ze is zich van geen kwaad bewust. Zelfs haar concurrenten kijken vol ongeloof. Ze snappen niet wat er  is gebeurd. Gelukkig draait de scheidsrechter de rode kaart terug en kun jij in het bootje genieten van hoe de kleine jongens en meisjes genieten van het warme water, terwijl ze de prestatietocht gaan zwemmen.

Je leunt achterover en geniet van het lunch-pakketje dat je van de organisatie hebt gekregen. Je zou willen dat het al avond was en dat je heerlijk op de bank lag terwijl er een slaapliedje voor je werd gezongen: Slaap Jury slaap, daarbuiten loopt een schaap.....

Ken je dat gevoel dat je de hele middag op een bootje hebt gezeten en dat de zon op je bolletje heeft gebrand? Je bent moe, kapot, helemaal aan de latten. Je ploft op de bank neer en je hebt nergens meer zin in. Eten? Geen zin om klaar te maken. Drinken? Geen zin om naar de koelkast te lopen. Tv aanzetten? Geen zin om naar die bolle kop van Albert Verlinde te kijken. Plassen?