Column week 2: Het grootste kneusje...

Als je naar wielerwedstrijden of naar hardloopmarathons kijkt, zie je ze. Van die 'ik kan je lekker bijhouden'-kneusjes die tijdens de wedstrijd even meerennen of meefietsen. Bij de Tour de France zie je vaak van die kneusjes, verkleed in apenpakjes, het de renners in hun strijd met de berg flink zuur maken, door net iets harder te rennen dan zij de trappers rond krijgen. Ze hebben dan alleen maar oog voor de camera en de motor voor de groep wielrenners. Vaak houden ze het maar een paar meter vol en haken dan weer af. Ook bij marathonlopers zie je van die mensen die dan in hun veel te dure hardloopkleding eventjes meelopen met één of andere Keniaan of Nigeriaan om vervolgens na een kilometer met de tong op hun schoenen tegen een verkeersbord naar adem te happen.

In het zwembad heb je ze ook: de 'ik kan net zo hard zwemmen als jou, hoor'-kneusjes. Er zijn drie gradaties kneusjes. De eerste groep bestaat uit onschuldige kinderen die amper hun A en B-diploma hebben verdiend. Zij vragen je netjes om een wedstrijdje tegen je te mogen doen. Hartstikke leuk en dikwijls laat ik ze gewoon winnen omdat de glimlach daarna niet van hun gezicht af te krijgen is. Zelfs een bal die keihard op hun hoofd komt of het afpakken van de mat door grotere jongens kan ze dan niet deren! De glimlach blijft op hun gezicht, waar anders een tranendal tevoorschijn was gekomen. En dat alleen omdat ze van die snelle zwemmer hebben gewonnen! Dat vind ik leuk en daar kan ik wel van genieten.

De andere groep bestaat uit de echte kneusjes. Het zijn meestal jongens die dan in een iets te grote zwembroek met flubberpijpjes door het zwembad lopen. De echte kneuzen-kneusjes hebben dan ook nog een onderbroek aan die net boven hun zwembroek uitkomt, met daarop het merk van de onderbroek. Hun haren hangen flets om hun gezicht en de gel die er die ochtend in overmaat is ingesmeerd druipt over hun schouders naar beneden. Ze zijn meestal met een oneven aantal aan het zwemmen. Dat komt omdat één van de kneusjes er niet echt bij hoort maar een wannabe-kneusje is. Hij hangt er letterlijk en figuurlijk een beetje bij. Waar de kneusjes op de knieën van de superglijbaan gaan, gaat het wannabe-kneusje er op zijn kont van af.

Als ze dan besluiten om het grote koude zwembad onveilig te maken, zie je ook,dat de vier echte kneusjes bij het maken van een bommetje de druppels met gemak aan het plafond krijgen. Het wannabe-kneusje krijgt ze niet hoger dan het startblok. De kneusjes krijgen dan al gauw in de gaten dat er iemand ontzettend hard door het water zwemt. En dan komt het 'ik kan jou wel bijhouden'-tafereel. Ik heb daar een hekel aan. Ik walg van dat soort momenten. Terwijl je een keerpunt in zet duiken ze allemaal tegelijk het water en in proberen ze met je mee te zwemmen. Dikwijls hoef ik niet eens aan te zetten om ze los te zwemmen. Dan geven de 'kneusjes' het al na een halve baan op en gaan ze verder met het irriteren van het oude dametje, dat ook haar baantjes zwemt. Ze doen dan het spelletje: Zoveel mogelijk spetters en herrie maken'. Ze geven daarmee het oude dametje ongewild ook een douche. Het liefst zou ik ze na de training onder de douche even met hun hoofd onder mijn oksel vast geklemd houden en ze met mijn knokkels een aai over de bol geven. Gewoon...omdat ze schattig zijn.

Dan heb je nog een de über-'ik kan net zo hard als jij zwemmen'-mannen. Meestal hebben ze een klein hangbuikje. In een iets te kleine zwembroek lopen ze rond met een attitude alsof ze de koning van het zwembad zijn. Zodra ze in de gaten hebben, dat er iemand is, die harder dan hen kan zwemmen, duiken ze het water in en proberen ze diegene met alle geweld bij te houden. Meestal lukt het ze dan één of twee baantjes om daarna al hijgend aan de kant, zichzelf op de borst te slaan dat ze een wedstrijdzwemmer kunnen bijhouden. Meestal rusten ze dan vijf minuten uit om vervolgens het zelfde trucje nog een keer te herhalen. Dit doen ze dan net zolang tot heel het zwembad zou moeten kunnen hebben gezien dat zij net zo hard kunnen als die wedstrijdzwemmer. Ze vergeten dan dat die wedstrijdzwemmer gewoon bezig is met een set van een paar kilometer, terwijl zij het amper vijftig meter volhouden. Het wekt irritatie bij mij op en het ergste is nog, dat ik me er in mee laat gaan ook. Zodra zo'n über-'ik kan net zo hard zwemmen als jij'-man mij gaat proberen bij te houden, laat ik mijn opdracht los en probeer ik hem helemaal zoek te zwemmen. Stom en onverstandig, maar ik kan er gewoon niet tegen. Ik heb een hekel aan dat soort mannen. Zeker als ze je dan ook nog aan kijken met: Zie je wel dat ik net zo snel zwem als jij.

Laatst kwam ik zo'n überkneus tegen in de sportschool. Een paar weken eerder had ik hem er uitgezwommen in het zwembad. Ik herkende hem en hij herkende mij. Hij ging bankdrukken en tilde steeds meer kilo's op de stang. Hij zag dat ik keek en ik kon het niet laten om na hem hetzelfde aantal kilo's op de stang te leggen en de stang ook omhoog te drukken. Het lukte me en terwijl hij sit-ups deed, had hij dezelfde blik in zijn ogen dan dat ik toen in het zwembad had. Hij liep terug naar de stang en gooide er nog meer kilo's op. Hij drukte de stang met gemak tien keer van zijn borst. Ik kon het niet laten en deed hem na. Het lukte...tot de vijfde keer en toen verloor ik de kracht volledig. De stang drukte op mijn borst en ik hapte naar adem. De man kwam op me afgerend en hielp mij uit mijn benarde positie. Hij lachte en ik voelde op dat moment toch wel het über-überkneusje.