Column week 7: Uit de schaduw

Zou Marcel Wouda wel eens badend in het zweet wakker worden uit een nachtmerrie? Of gewoon wakker liggen omdat hij spijt heeft van zijn keuze?
Als nieuwe trainer bij een groep zijn alle ogen al op je gericht en helemaal als je iemand moet opvolgen, van wie je de prestaties bijna niet kunt overtreffen of zelfs zou kunnen evenaren.
Kijk bijvoorbeeld naar Ajax. Daar was het tot 1997 Louis van Gaal die daar de scepter zwaaide en de club naar de landstitel, de KNVB-beker, de Supercup, winst in de Champions League en ook nog maar even de World Cup voor clubs bracht. Dat de club daarna dertien trainers heeft gehad in zestien jaar tijd zal ongetwijfeld te maken hebben met de prestaties die de succesvolste trainer van Ajax ooit heeft gehaald. Het was immers toch een soort richtlijn.

Met een paar weken voor de eerste serieuze wedstrijd voor de Nederlandse zwemmers uit de lichtstad, staat Marcel Wouda nu volop in de schijnwerpers. Hoe zal hij het doen als nieuwe coach en met extra titel: ‘Opvolger van’? Hij treed in de voetsporen van de succesvolste zwemcoach die Nederland ooit heeft gehad en ik durf bijna te zeggen: de succesvolste zwemcoach die Nederland ooit zal hebben.
Marcel Wouda staat qua Olympische titels met 10 – 1 achter en mag hopen dat hij ooit de helft van de tien op zijn naam mag schrijven.
De Olympische gouden medaille van Marcel Wouda als trainer was natuurlijk de tien kilometer van Maarten van der Weijden. Waar Marcel Wouda als trainer zijn pupil voor de race in Peking had klaargestoomd, denk ik dat deze medaille vooral te danken is aan geluk, de juiste tactiek en misschien wel de juiste 'er alles voor laten' instelling van Maarten van der Weijden. Hij was degene die meer dan de helft van zijn dag in een tentje in zijn kamer bivakeerde. Hij was het die zijn vriendin Daisy tijdelijk aan de kant zette. Alles moest wijken voor zijn droom: De Olympische Spelen in Peking.

Als zwemmer was Marcel Wouda een onzekere zwemmer met een bijna neurotische topsportbeleving. Hij vond in trainen zijn uitlaatklep en dat werd bijna een obsessie voor hem. Zijn geluk in de laatste jaren als zwemmer was dat Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn steeds meer in de schijnwerpers kwamen, waardoor hij een beetje in de luwte zijn trainingen deed. Als trainer stond hij een aantal jaren ook in de luwte. Waar Jacco met zijn zwemmers op de voorgrond stond, stond Marcel voor de groep die iets minder aandacht kreeg van de media. Dat is nu voorbij. Hij staat nu volop in de schijnwerpers. Hij kan niet meer wegduiken en zal de hand van Jacco Verhaeren langzamerhand steeds meer los moeten laten.

De laatste dagen ben ik op internet wat filmpjes van interviews van zowel Jacco Verhaeren als Marcel Wouda aan het bekijken. Het verschil is enorm. Als Jacco iets vertelt staat er echt iemand. Die precies weet wat hij moet zeggen. Een zelfverzekerde man. Bij Marcel heb je soms het gevoel dat hij een riedeltje opnoemt dat hij die avond er voor duizend maal in de spiegel van de badkamer onder het tanden poetsen heeft geoefend. Het zou mijn niks verbazen dat hij zelfs nog een spiekbriefje in zijn broekzak heeft of steekwoorden aan de binnenkant van zijn hand zou hebben geschreven.

Toch had ik niet graag in de schoenen willen staan van de 2 meter en 3 centimeter grote corrifee van het Nederlandse mannenzwemmen. Hij is immers de eerste en tot nu toe enige Nederlander die zich Wereld Kampioen mag noemen.
Wellicht had ik in zijn positie als trainer van een groep, wel eerst iemand anders naar voren laten schuiven, zodat die de torenhoge verwachtingen die door de prestaties van Jacco Verhaeren zijn ontstaan waar te gaan maken. Als die het dan zou verkloten, zou ik het pas aandurven om coach te worden in Eindhoven.

Wat dat betreft durft hij het wel aan om misschien keihard op zijn bek te gaan. Ik kan het bijna niet over mijn lippen krijgen, maar Marcel Wouda is een man met ballen!


opm red noww: onze trouwe columnist Alexander heeft vast gelijk als hij hier over enkel wereldkampioenen zwembadzwemmen schrijft. Hij vergeet echter dat we ook nog Johan Schans hebben die in 1970 Wereldkampioen marathonzwemmen geweest is (overigens gelijktijdig met onze Judith van Berkel-de Nijs die dat jaar voor de 6e en laatste keer wereldkampioene was).