Column week 17: Het WK-Bommetje

Toen ik afgelopen maandag vanuit bed naar de televisie zat te kijken vielen mijn ogen bijna dicht. Ik heb nogal de vreemde gewoonte om mijzelf in slaap te televisieën. In slaap televisieën is een Nederlands werkwoord dat nog niet erkend is door de Dikke van Dale, maar het is iets dat veel Nederlanders met mij elke avond doen. Ze zetten de televisie aan om zo hun ogen lekker zwaar, zwaarder, zwaarst te maken om vervolgens de clue van bijvoorbeeld CSI New York te missen en beseffen dat ze zo moe zijn dat het toch maar verstandig is de televisie uit te zetten.

Toen ik maandag dus alweer de clue van CSI had gemist en had besloten mijn afstandsbediening, die ergens in het dekbed, tussen de dekens of inmiddels tussen het bed en het matras was verdwenen, te zoeken om vervolgens de televisie uit te zetten, kwam er boven in beeld een balkje te voorschijn: Extra Nieuwsuitzending ivm aanslagen Boston.

Gelijk pakte ik de iPad die naast mijn bed op het nachtkastje lag en surfte naar nu.nl. Daar stond het: tijdens de Marathon van Boston waren twee bommen ontploft. Ik was ineens klaar wakker.

Zodra er ‘iets’ in de wereld is gebeurd waardoor er een extra nieuwsuitzending in aantocht is, zit ik op het puntje van mijn stoel (nu op mijn bed) en wil ik alles volgen.

Zo ook toen twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden. Ik kwam thuis van school en ben voor de tv gaan zitten en heb de thee, die mijn moeder zoals altijd inschonk als ik van school kwam, niet meer opgedronken.. 
Of toen Pim Fortuyn werd doodgeschoten op het mediapark. Wij hoorden het tijdens de training en na de training heb ik mijzelf nog nooit zo snel afgedroogd en aangekleed om vervolgens thuis elke minuut van de nieuwsuitzending te volgen terwijl het geprakte avondeten onder mijn neus koud werd.

De extra nieuwsuitzending uit Boston begon en al gauw werd duidelijk dat er enkele doden zouden zijn gevallen en mogelijk honderden gewonden. Er was een aanslag gepleegd tijdens een sportevenement. Het is niet de eerste keer dat er tijdens een sportevenement een aanslag wordt gepleegd. Denk bijvoorbeeld aan 1996 toen in Atlanta tijdens de Olympische Spelen een dode viel door een aanslag of 1 mei 2002 toen enkele uren voor de aftrap van de Champions League tussen Real Madrid en Barcelona zeventien gewonden vielen door een autobom.

Op het moment van het afgaan van één van de bommen in Boston zag je een man over de finishlijn lopen die een rolstoel duwde. Een oude man, die bijna de 42,195 meter had gelopen, viel waarschijnlijk door de druk van de bom op de grond. Het publiek bleef stokstijf zitten alsof ze dachten dat er voor hun ogen een scène uit een film werd afgespeeld en dat zij veilig zaten te kijken. Pas bij de tweede bom ontstond er hysterische paniek.

Bij mij kwam er woede naar boven. Waarom moeten zulke beesten met hun poten aan sport zitten? Uiteraard keur ik elke actie die zijn doen en waarbij mensen overlijden af. Elke plek waar zulke acties worden gepleegd, of het nu op een drukke markt, een drukke werklocatie of in een bomvolle woonflat is, is geen goede plek. Het is bij de beesten af om zulke acties te doen. Maar wat willen ze bereiken met hun sport. Want het lijkt steeds meer een sport onder terroristen te worden met als prestige: wie maakt de grootste bom en wie maakt de meeste slachtoffers.

En wat willen ze er mee bereiken? Dat wij ineens wel aan hun kant gaan staan? Dan we ineens symphatie voor hun denken krijgen? Als ze dat willen bereiken, laat ze dan eerst maar eens een marathon winnen. Laat ze dan eerst maar eens met een voetbalelftal wereldkampioen worden. Laat ze dan maar eens zien dat ze vier vluchtelementen achter elkaar kunnen turnen op de rekstok of dat ze harder kunnen lopen dan Usain Bolt. Dat is pas vuurwerk maken. Positief vuurwerk, door te laten zien dat ze onoverwinnelijk zijn. Zoals zij strijden is als een tenniswedstrijd waarin zij strijden met een racket en wij met een ping-pongbatje. Dat is als een bokswedstrijd waarbij iemand je van achteren knock-out slaat. Laf en oneerlijk. Het WK-bommetje dat zij spelen kent alleen maar verliezers ook al denken ze voor te staan met een nieuwe aanslag.