column week 20: Big Mama

Vorige week werd er een piranha gevangen in een Belgisch watertje. Moet je je voorstellen dat je heerlijk een stukje aan het zwemmen bent en je voelt ineens iets aan je teen knabbelen. Voor de meeste mensen, die rare stuiptrekkingen met hun gezicht maken als je vertelt dat je Open Water zwemmer bent, is het idee dat visjes aan je kunnen knabbelen één van de redenen om het vies te vinden. Gelukkig hebben we in Nederland nog geen piranha's ontdekt of andere visjes die het heerlijk vinden om een stukje mens te eten. Ik denk ook dat er heel wat piranha's nodig zijn om een mens te kunnen opeten, maar in de warme landen zijn ze vaak in groten getale aanwezig. In Nederland heb je gelukkig ook geen andere dieren in het water zoals krokodillen, haaien of slangen die je zien als een lekker hapje. Vroeger had je in Rijswijk een wedstrijd en daar zwommen de karpers met je mee. Ze zogen aan je tenen en vingers en ze speelden met ons als we waterpolo speelden in het natuurzwembadje. Dat was leuk en ik vroeg elk jaar na die wedstrijd aan mijn ouders of ik ook een karper als tuin-huisdier mocht. Toch vinden de meeste mensen het een eng idee om tijdens het zwemmen een vis te voelen. De huis-tuin-en-keukenvis die in de Nederlandse wateren leeft, schrikt zich een hoedje als jij met je felgekleurde badmuts voorbij komt zwemmen en durft zich de eerstkomende paar minuten niet te bewegen in zijn schuilplek. Jammer dat vissen maar een kort geheugen hebben, want als je na een paar minuten weer voorbij zwemt op de baan terug, schrikt hij net zo hard. Eigenlijk ben ik nooit bang dat ik in open water een levend dier aanraak, soms droom ik wel eens dat ik aan het zwemmen ben en achterna wordt gezeten door een krokodil. Op de een of andere manier is een krokodil voor mij het beest dat staat voor onverwachte aanvallen terwijl je aan het zwemmen bent. Ik haat die beesten. Tijdens natuurfilms zit ik ook voor de tv en probeer ik de antilope of gnoe elke keer bij de waterplas weg te jagen als de camera een krokodil in de buurt filmt. De tranen biggelen dan ook bijna over mijn wangen als de krokodil zo’n onschuldig beestje, dat dorst heeft, bij zijn nek grijpt en hem onder water duwt. Steevast loop ik de krokodillen in de dierentuin voorbij als mijn dochter weer eens bij de aapjes wil kijken. Zelf de paarse opblaaskrokodil komt er bij mij niet in. Sinds vandaag heb ik naast mijn angst voor krokodillen een nieuwe angst die in het water leeft. In de Kempenvennen leeft ‘Big Mama’. Ik werd er door iemand op geattendeerd, omdat ik dacht dat ik daar wel even kon trainen in de week voor de Europese Master Kampioenschappen. Gelijk even gegoogled en bij deze is ‘Big Mama’ mijn nachtmerrie die werkelijkheid wordt. ‘Big Mama’ schijnt niet gevaarlijk te zijn voor mensen, maar toch durf ik te wedden dat wanneer mijn zwembril eens niet beslagen is en ik oog en oog met haar lig, dat ik dan mijn laatste open water training of wedstrijd zou hebben gezwommen. ‘Big Mama’ kan twee meter lang worden. Maar de grootste die daar schijnt rond te zwemmen is nog een halve meter langer. Dus bijna een meter langer dan ik. Nu ben ik als een van de kleinste zwemmers van het deelnemersveld wel gewend dat iets langer is dan mij maar visjes horen klein, schattig en schuchter te zijn. Ik denk dat ‘Big Mama’ niet schuchter is. Big Mama zou bij onze ontmoeting geen vinbeweging sneller maken om uit mijn zicht te verdwijnen. Ze zou mij nuchter aanstaren en denken 'wat moet je nou'. Ik zou ook geen beweging meer durven maken van angst, maar bij de eerste de beste ‘blub’ die ze zegt, zet ik het op het sprinten. Ben ik blij dat het meeste water in Nederland zo troebel is dat je niet ziet wat er onder je zwemt. Nu alleen nog een ander plekje zoeken om te trainen tijdens de EMK, want de Kempervennen gaat het dus echt niet worden…...