column week 22: Vijf jaar na het MvdW-effect

Het is bijna vijf jaar geleden dat de twee meter en drie centimeter lange zwemmer Maarten van der Weijden in Peking als eerste aantikte op de Olympische tien kilometer, terwijl half Nederland nog lekker op één oor lag.
Ik durf te wedden dat wanneer Maarten van der Weijden niet het verhaal rondom zijn ziekte had gehad, hij de meest onbekende Olympisch Kampioen ooit in Nederland was geworden. Voordat hij onder luid aanmoedigen van Pieter van den Hoogenband de laatste legendarische meters van zijn race zwom had het merendeel van de Nederlanders nog nooit van Open Water Zwemmen als sport gehoord.
 
Ineens werd dat anders. De mensen hingen aan de lippen van de man die leukemie had overwonnen. De mensen snapten ineens wat Open Water Zwemmen was als je zei dat je daar aan deed. Men had ineens wel respect voor je dat je aan lange afstand zwemmen deed en de opmerking 'Maar dat is toch heel vies' werd niet meer zo snel gemaakt. Nee, in plaats daarvan riepen ze: 'Wow, wat stoer' of 'Wat een prestatie om zoveel kilometers te zwemmen'.
 
Nu, bijna vijf jaar later is het MvdW-effect bijna verdwenen. Als je vertelt dat je aan Open Water Zwemmen doet, zeggen sommigen nog wel: 'Dat is toch wat die kale jongen die leukemie had deed en die aan Wie is de Mol heeft meegedaan?', maar het Open Water Zwemmen is toch wel redelijk aan het doodbloeden. Niet alleen omdat er na MvdW weinig echte prestaties door Nederlandse zwemmers en zwemsters zijn geleverd. Linsy Heister werd dan nog wel wereldkampioene op de 25 kilometer in 2010, maar werd publiekelijk niet echt opgemerkt. Nadat ze de Olympische Spelen van London had gemist, heeft ze haar zwempak aan de wilgen gehangen en is ze juffrouw geworden. De prestaties van Ferry Weertman en Marcel Schouten zijn indrukwekkend, maar alleen de echte Nederlandse zwemwereld volgt hun verrichtingen en ze krijgen niet de media-aandacht die ze eigenlijk verdienen.
 
Open Water Zwemmen is niet meer hot. Dit jaar lijkt het letterlijk en figuurlijk een koude zomer te worden voor het Open Water Zwemmen. Waar je een paar jaar geleden nog kon vertellen dat Open Water Zwemmen spectaculair was, met meer dan honderd mannen of vrouwen die tegelijkertijd startten, liep het aantal deelnemers per wedstrijd flink terug. Ik ben benieuwd hoeveel zwemmers dit jaar uiteindelijk het klassement vol gaan zwemmen, daar waar bijvoorbeeld bij de dames afgelopen jaar maar 28 volle klassementen werden gezwommen en dit was inclusief het aparte jeugd 1, 2 en 3 klassement. In 2008 waren er nog 40 zwemsters die hun klassement vol zwommen. En om nu te zeggen dat de 30km die je moet zwemmen voor een vol klassement te veel is? Dat lijkt mij niet als je in slechts twee weekenden al aan deze kilometers kan komen.
 
Ook financieel zijn het moeilijke tijden voor de organisaties. Bedrijven zullen steeds vaker zeggen: we slaan een jaartje over. Of ze zeggen definitief hun sponsorbijdrage op bij Open Water evenementen. Open Water Zwemmen is niet populair en spectaculair genoeg om hun sponsorgeld aan uit te geven. Dan geven ze hun toch al ingekrompen sponsorbudget liever aan een evenement dat meer onder de mensen plaatsvindt, dan aan een evenement op een afgelegen plek met weinig publiek en maar een heel klein groepje mensen, waarbij het enige spektakel een paar ronddraaiende armen, trappelende benen van een persoon met een nummer op zijn badmuts waarvan het gewone publiek niet weet wie het is?
 
Hebben wij als 'open water familie' dan stil gezeten en gedacht: door onze Maarten van der Weijden zal onze sport nu wel bekend zijn? Misschien wel. Ik ben echter wel van mening dat er meerdere ideeën zijn voorgedragen om de sport meer bekendheid te geven en vooral toegankelijker te laten worden voor zwemmers en zwemsters. Ook ben ik er vrijwel zeker van dat Open Water Zwemmen altijd minder prioriteit zal hebben dan alle andere takken van sport binnen de bond. Er zal dus nooit een groot bedrag besteed worden om het Open Water Zwemmen meer schwung te geven zoals bijvoorbeeld: grote beeldschermen, betaalbare elektronische tijdwaarneming voor de organisaties, geldprijzen op kortere spectaculaire afstanden of A-lokaties om meer publiek te trekken. Om nog maar te zwijgen van cameraploegen op de wedstrijd om verslag te doen in deze 'hypermediageile' samenleving of om interviews te houden, zodat men de personen onder de badmuts en achter bril beter kan leren kennen.
 
Je moet dus maar hopen dat de zomer de komende weken echt begint, want als je naast het uitblijven van het sponsorgeld door de crisis ook nog geld mist wat de ‘alleen bij mooi weer’-deelnemers aan inschrijfgeld binnen brengen, zullen enkele organisaties toch echt het bijltje er bij neer moeten leggen en dat zou misschien wel de doodsteek voor het Open Water Zwemmen in Nederland kunnen zijn.