De Scheldebekerwedstrijd (1)

Inleiding

Ondanks de mening van veel insiders in de afgelopen decennia ziet het ernaar uit dat de stichting "Zwemmen langs Walcheren" in samenwerking met zv "Scheldestroom" het toch voor elkaar gaat krijgen:  Nog éénmaal een Scheldebekerwedstrijd tussen Breskens en Vlissingen! 

De datum staat al gepland: zondag 20 juli 2014.

Het idee om deze zwemtocht te organiseren is ontstaan op een bijeenkomst voor alle Zeeuws-Vlaamse verenigingen om in de loop van 2014 diverse festiviteiten en evenementen te organiseren. Met name Frans Reijniers ontpopte zich hierbij als een grote voortrekker, dé man achter de schermen. Op deze vergadering konden de verenigingen allerlei ideeën naar voren brengen.
Dit alles in het kader van 200 jaar bestaan van Zeeuws-Vlaanderen onder het motto "Verbinden".  En wat is er nu symbolischer dan met woord en daad, middels deze legendarische zwemklassieker te verbinden en oude tijden te laten herleven?

Het is dan ook een mooie periode om in de aanloop naar deze wedstrijd in 2014 een aantal artikelen te schrijven over het fenomeen de Scheldebekerwedstrijden. Ditmaal gaat het over:

Bressiaanders in de Scheldebekerwedstrijd

Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van zwemvereniging "Scheldestroom" uit Breskens is in 1981 een jubileumboekje uitgegeven. In dit boekje staat o.a. een kort verhaal over het ontstaan van de vereniging:

"In augustus 1931 heeft Oscar van Quekelberghe het plan om aan de Scheldebekerwedstrijd (van Breskens naar Vlissingen) mee te doen. Hiervoor moet men echter aangesloten zijn bij een vereniging die lid is van de landelijke zwembond. Dit is eigenlijk de aanleiding tot het oprichten van "Scheldestroom".  Zijn broer René en de heer H. Kouwen nemen het initiatief hiertoe. Op donderdag 20 augustus 1931 wordt in het café van A. Adriaansen "Scheldestroom" opgericht. Op 26 augustus worden de statuten vastgesteld, en dit is de officiële oprichtingsdatum.Het resultaat van Oscar is bij ons helaas niet bekend".

Eerst nog even een stukje locale geschiedenis ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Op 4 september 1944 viel na een verrassend snelle opmars Antwerpen in geallieerde handen met vrijwel onbeschadigde haveninstallaties. Een geweldige meevaller, van groot militair strategisch belang. Voor de beslissende geallieerde doorstoot naar Duitsland waren de lange aanvoerlijnen voor oorlogsmaterieel en voedsel vanaf de kunstmatig aangelegde havens in Normandië inmiddels al een beperkende en kwetsbare factor. De legers stonden al min of meer op rantsoen. Wel moest de toegangsweg naar Antwerpen, de Westerschelde, eerst nog vrij gemaakt worden,. Dit kreeg in de volgende twee maanden dan ook de hoogste militaire prioriteit: een heftige strijd met duizenden slachtoffers om Zeeuws Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland barstte los. ("De Slag om de Westerschelde").

Tegelijk met de snelle verovering van Antwerpen kwam ook het grote, vrijwel verslagen 15e Duitse leger klem te zitten in noordwest België en Zeeuws Vlaanderen. Vluchten via de Westerschelde, met name overvaren vanuit Breskens (en ook Terneuzen) naar Vlissingen, met achterlating van veel materieel was hun enige optie. Het 'Duitse wonder van Duinkerken' geschiedde: 82.000 à 85.000 manschappen, 530 kanonnen en 4600 voertuigen wisten tot 22 september 1944 naar de overkant te ontsnappen. Via Zuid-Beveland naar Noord-Brabant afgevoerd en daar hersteld, hebben deze Duitse troepen nog een belangrijke invloed gehad op het mislukken van de geallieerde operatie 'Market Garden'.

Wel zijn er door de geallieerden diverse aanvallen en bombardementen op de vluchtende troepen en schepen uitgevoerd. Op maandag 11 september werd één van die bombardementen catastrofaal voor Breskens: niet alleen de veerhaven met zijn installaties en het Duitse leger (80 tot 100 doden en circa 400 zwaar gewonden) werden getroffen maar ook het dorp zelf. Zo'n driekwart van het dorp werd verwoest. 199 Bressiaanders vonden die dag de dood en ruim 150 werden zwaargewond, daaronder diverse leden van de zwemvereniging. Tot de omgekomen Scheldestroomleden behoorde ook de hierna genoemde Bram Visser. Tijdens deze oorlogsdagen is een groot deel van de archieven van 'Scheldestroom' verloren is gegaan. 

Terug naar de Scheldebekerwedstrijden. Hoe is het Oscar vergaan? Via andere bronnen was dit toch boven water te krijgen.

Het moet voor Oscar een grote deceptie zijn geweest: ingeschreven voor de eerstvolgende Scheldebekerwedstrijd (de 3e) op 16 juli 1932 komt hij samen met Th. F. Burgers uit Velp 's morgens niet door de keuring van de medische commissie ("niet voldoende in conditie"). Nog vier andere Bressiaanders stonden die dag op de deelnemerslijst. Echter Leendert Klaassen liet wegens ziekte verstek gaan, maar Bram Visser, Cees Erasmus en Joost van den Heuvel gingen wel van start. In de loop van de morgen was het opgehouden te regenen, de zee was kalm met een  watertemperatuur van 67 graden F. Ideaal zwemweer dus. 

De startplaats is voor Nieuwersluis, even ten westen van Breskens, ter hoogte van de vuurtoren. Om 12.48 uur wordt het startschot gegeven voor de 17 deelnemers, waaronder 4 dames. Vele belangstellenden volgen het evenement vanaf de Breskense duinen en de talrijke aanwezige (vissers)vaartuigen.

Ruim 3 kwartier na de start wordt doorgegeven dat  Bram Visser uit Breskens heeft opgegeven. Jan Stenders uit Hilversum weet als eerste de finishpaal van de duiktoren op het Vlissingse badstrand aan te tikken en is winnaar in de recordtijd van 1 uur 40.08. Cees Erasmus finisht als 11e (2.58.58) en Joost van den Heuvel als 12e en laatste (3.13.03). Beiden zwemmen de zeemansslag, een inmiddels nostalgische zwemslag, een vorm van schoolslag in zijligging. Vier zwemmers geven onderweg op. Wattel uit Grijpskerke is na ruim 3 uur zwemmen op de verkeerde plaats (bij het Roeiershoofd) aan wal gekomen en dus gediskwalificeerd.

Breskens is trots op z'n succesvolle  zwemmers. 's Avonds worden Cees en Joost van de Provinciale boot afgehaald door de plaatselijke muziekvereniging en in een feestelijk Hotel De Vuijst toegesproken door o.a. burgemeester Van Zuijen. Aan Cees Erasmus wordt voorts de prijs voor de beste Zeeuws-Vlaming, de Cadsandria-wisselbeker uitgereikt. 

Uit bovenstaand verhaal zou men kunnen concluderen dat Bram Visser, Cees Erasmus en Joost van den Heuvel de eerste Bressiaanders zijn die aan een Scheldebekerwedstrijd meededen. Dat is echter niet het geval, want in 1930, toen de wedstrijd voor het eerst georganiseerd werd, had  namelijk Leendert Klaassen al meegedaan. Zeer waarschijnlijk buitenom de Nederlandse Zwembond was de energieke en gedreven Vlissingse burgemeester Van Woelderen ("Woelwater") de stuwende kracht en initiator achter de organisatie van deze aansprekende (of onzinnige?) zwemwedstrijd. Vlissingen moest mee in de vaart der volkeren. "De Vlissingse Trias" was zijn streven: het verder ontwikkelen van Haven, Industrie en Vlissingen als Badplaats. De technische commissie van de Nederlandse Zwembond had haar afkeuring geuit tegen deze zgn. 'wilde' wedstrijd.  In 1931 wordt de Zwembond bij de organisatie van de Scheldebekerwedstrijd betrokken. Vandaar dat het een deelname-eis werd dat men lid van een bij de Zwembond aangesloten vereniging moest zijn.

Van de 23 gestarte deelnemers in 1930 ( 15 heren en 8 dames) voltooiden er onder slechte weersomstandigheden (krachtige wind, vele regenbuien en een woelige zee) slechts 12 (5 heren en 7 dames) de overtocht reglementair, waaronder als laatste Leendert in de tijd van 2 uur en 53 minuten. Twee man kwamen verkeerd aan wal.

Vermeldenswaard is dat de eerste start, van 1930 plaats vond vanaf de wal: de zeeglooiing aan het achtste paalhoofd in Breskens. Dat bleek toch niet zo goed te bevallen en in alle volgende wedstrijden zal men starten vanuit boten op enige afstand vanaf de vaste wal. Die eerste keer kreeg elk der deelnemers een doosje vaseline uitgereikt om zich in te vetten tegen de koude, gekocht bij de plaatselijke fietsenmaker. In de loop der jaren zou men ontdekken dat een flinke laag schapenvet beter werkt en ook meer bescherming biedt tegen het stralen door kwallen.

Bij aankomst in Breskens wachtte Leendert Klaassen die avond een groots onthaal: honderden dorpsgenoten, de burgemeester, vertegenwoordigers van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer en de muziekvereniging wachtten hem op. Vervolgens in optocht naar hotel Adriaansen alwaar hij nog eens flink in het zonnetje werd gezet en van de Breskense Courant een wisselbeker toegezegd kreeg voor de beste Zeeuw-Vlaming. Tot slot werd Leendert door de muziekvereniging naar huis geleid.

Aan de 4e Scheldebekerwedstrijd in 1933 doen twee Bressiaanders mee. De omstandigheden zijn gunstig: zwakke westenwind, vlakke zeespiegel met een watertemperatuur van ca. 19 graden C.) Van de 25 gestarte deelnemers (16 heren en 9 dames) weet, de door instructrice  Nieuwenburg getrainde, Jan de Pauw naar een 13e plaats te zwemmen in de tijd van 2 uur 28.51, een half uur sneller  dan Cees Erasmus het jaar ervoor. De Pauw neemt hierdoor de Cadsandria-wisselbeker over van Cees Erasmus. Helaas voor Cees, dit jaar behoort hij tot de vijf uitvallers of degenen die niet op tijd binnen zijn. Na afloop klagen veel deelnemers last te hebben gehad van de vele kwallen.

In 1934 wagen Cees Erasmus en ook Oscar Quekelberghe (als invaller op het laatste moment wegens niet op komen dagen van een viertal Brugse zwemmers) zich opnieuw aan het Scheldebekeravontuur. Ook ditmaal is geen eer voor hen weggelegd. Beiden moeten ze opgeven. Die dag stond er een krachtige westenwind waardoor de vloed lang aanhield en daarom de start een half uur werd uitgesteld. Onnodig lang hebben de ontklede deelnemers toen in de open lucht moeten wachten.

In 1937 slaagt ook Piet Vergouwen er niet in de (7e) Scheldebekerwedstrijd uit te zwemmen. De onstuimige zee, wind en regen was 7 deelnemers te erg. 

Na een intermezzo door de oorlog en afgelasting wegens slechte weersomstandigheden is het pas in 1950 dat er aan de 9e Scheldebekerwedstrijd weer twee Bressiaanders deelnemen.

Van de 17 deelnemers (15 heren en 2 dames) eindigt Thomas Cambier met capnummer 1, na een spannende eindsprint vlak voor Simon Ventevogel uit Vlissingen op de 14e plaats (1.52.07). Thomas wint hierdoor de prijs voor de 1e Zeeuw: een fraaie lauwerkrans vervaardigd door Georg van Dalsum & Zn. goud- en zilversmid te Vlissingen.

Teeuw van Meenen mag op het laatste moment meedoen als invaller voor wereldrecordhoudster 100m. vrije slag, Geertje Wielema. Door de medische commissie werd Geertje niet goedgekeurd vanwege een verrekt nekspiertje opgelopen tijdens stoeien. Teeuw finisht als 17e en laatste (2.14.26). Tijdens de prijsuitreiking spreekt Jan Stender (die voor de 9e keer als zwemmer meedeed) in een dankwoord aan de organisatie tevens zijn lof uit aan speciaal de Zeeuwse deelnemers die slechts vier maanden per jaar kunnen trainen daar zij 's winters niet over zwemtrainingsmogelijkheden beschikken.

In 1951 doet Thomas Cambier opnieuw mee. Talrijke dorpsgenoten zijn getuige en leven intens mee. Supporters op een flink aantal meevarende vaartuigen en vissersschepen volgen hem op zijn zwemtocht. De zee is mooi vlak. Maar men heeft zich verkeken op de veel langer doorlopende vloedstroom dan verwacht. Beter had men 20 á 30 minuten later kunnen starten. De 20 zwemmers worden ver de rivier ingestuwd en kunnen tegen het einde nauwelijks profiteren van de ebstroom onder de Vlissingse kust. Gemiddeld doen de deelnemers er dan ook een uur langer over dan in 1950. De winnaar, Rinus van Daatselaar uit Hilversum, doet er 2uur 18.34 over, terwijl de laatst aankomende zwemmer, Rinus Caljouw uit Souburg pas na 3uur 11.41, verkilt tot op het bot, aantikt. Ter hoogte van fort Rammekens bij Ritthem was hij blijven wachten tot de ebstroom opkwam om daarmee Vlissingen te kunnen bereiken. Dat jaar zijn er 7 uitvallers, waaronder ook Thomas Cambier: met de finish in zicht moet hij opgeven.

Aan de 13e Scheldebekerwedstrijd in 1954 waagt zich de 16 jarige en daarmee jongste deelnemer Piet van den Heuvel, zoon van Joost die in 1932 meedeed. Piet had net dat jaar de Havenwedstrijd van Breskens gewonnen en trainer Bondewel vond dat hij de Scheldebekerwedstrijd ook maar eens moest proberen. Op z'n "Bonny's" werd Piet daarvoor klaargestoomd. Op de dag zelf zijn de zwemomstandigheden ideaal. Joost van den Heuvel, als beroepsvisser goed bekend met de plaatselijke stromingen, zal zijn zoon ongetwijfeld ook een aantal goede raadgevingen hebben meegeven. Al schoolslag zwemmend weet Piet zich prima te handhaven in de midden van het 20 koppige zwemmersveld (11 heren en 9 dames). Door in de eindsprint nog net voorbij Annie (de Vos-) van Gerven uit Breda te gaan eindigt Piet van den Heuvel op een puike 10e plaats (1.38.15) en wordt daarmee 1e Zeeuw.

Een jaar later, in 1955 doet Piet van den Heuvel weer mee en eindigt dan als 11e van de 20 deelnemers in 1.46.32. Nu waren twee andere Zeeuwen hem te snel af: Simon Ventevogel (Vlissingen) en Kees de Rijk (Middelburg). 

In de resterende 7  Scheldebekerwedstrijden zal niemand uit Breskens nog acteren.  Piet van den Heuvel is daarmee de laatste Bressiaan die aan deze legendarische zwemklassieker mee heeft gedaan. Vermeldenswaard is nog dat niet Piet´s zus Theuni (eveneens een Zeeuwse topzwemster in die tijd) de oversteek aandurfde maar wel haar huidige man, waarmee ze in juli 1965 is getrouwd, de Terneuzenaar Michiel de Pooter. In 1962 verrast de dan 17 jarige Michiel (Schelde) iedereen met een 5e plek onder de 20 deelnemers in de Zeeuwse recordtijd van 1 uur 11.18. Die verrassing geldt ook zijn vader: hij had Michiel 25 gulden beloofd indien hij bij de eerste vijf zou eindigen. Vanwege de lage watertemperatuur (16 graden C.) geven die dag 6 deelnemers de pijp aan Maarten.

In 1963 eindigt Michiel de Pooter wederom als beste Zeeuw, nu als 9e (1.17.22) van de 20 deelnemers (12 heren en 8 dames). Er zijn die dag 3 uitvallers waaronder Rob Schot (Zeehond, Vlissingen) die al vrij snel na de start door een kwal vol in het gezicht en ogen gestraald wordt. Nog enige tijd zwemt Rob door met irriterende branderige pijn maar tenslotte moet hij capituleren: de oogleden zwellen langzaam dusdanig op dat hij tijdelijk het gezichtsvermogen verliest.

In de 21e en allerlaatste "echte"  Scheldebekerwedstrijd op 27 juli 1964 eindigt Michiel de Pooter op de 12e plek van de 20 deelnemers (15 heren en 5 dames) in nagenoeg dezelfde tijd (1.17.29) als het jaar ervoor. Ook nu weer als beste Zeeuw.   

(Goes, augustus 2013)                                                             Piet Schop