column week 33: Ik ben een Ikea-kastje

Eén keer in de zoveel tijd kom ik bij Ikea. Op een bloedwarme dag is dit eigenlijk het ideale uitstapje. Een groot deel van Nederland ligt met hun witte huid bruin te bakken aan de Nederlandse stranden. Hun kroost loopt telkens met zandvoeten over de net schoon neergelegde badhanddoeken. De Duitsers lachen zich suf achter hun jaren 70-achtige windschermen omdat wij toch weer in een van hun kuilen zijn gestapt en je ergert je groen en geel aan de rij voor de ijscokar omdat iedereen op hetzelfde moment beslist om een ijsje te halen tegen de verkoeling.

Dan kun je beter naar Ikea gaan. Geen kinderen die irritant het karretje tegen de achterkant van je hielen aansturen, geen ellenlange rij bij de kassa omdat iedereen zijn vakantiegeld aan Ikea schenkt en heerlijke airco. Je kunt eindelijk de complete route lopen omdat je je kroost niet na een uur bij de kinderopvang hoeft op te halen.

Het enige nadeel van Ikea is dat je, wanneer je iets koopt, er thuis niet gelijk van kunt genieten. Voordat je een lamp, kast, kapstok of schoenenrek kunt gebruiken, onderga je eerst een urenlange kwelling van ‘het in elkaar zetten’ van het gekochte Ikea-voorwerp.

Zo moest ik vandaag ook een lamp in elkaar zetten. Zo’n hele mooie grote bol waar de lampjes aan het einde van een stengel zitten. Ruim honderd stengels vormen dan een bol en die kun je bijvoorbeeld ophangen in de keuken, gang of in de wc. Of je koopt drie van deze bollenlampen en hangt ze op al deze drie plaatsen. Dat had ik dus gedaan. De lampen waren verpakt in een mooi rechthoekig doosje en pas bij het openscheuren van de doos zag ik hoe ik de lamp in elkaar moest zetten: alle driehonderd stengels moesten één voor één in het bolletje worden gestoken zodat je zelf je eigen bol kon maken. Na ruim drie uur stengels in de bol te hebben gestoken en vooral uit te hebben gezocht welke lengte op welke plek moest om daadwerkelijk een bol te krijgen in plaats van een kubus of vierkant, waren de lampen eindelijk klaar om te branden. Toen bleek echter dat ik het snoertje vanaf de fitting tot het plafond zelf in elkaar moest zetten en aansluiten. Zucht.

Na de hele morgen druk in de weer te zijn geweest met de lampen, kon ik eindelijk beginnen aan de twee kastjes die ik ook had gekocht. Na weer tal van plankjes en ladehoudertjes in elkaar te hebben gezet was ik na een dagje Ikea bezoeken ook klaar met het dagje Ikea-spullen in elkaar zetten. Twee dagen was ik zoet met een lamp van dertig en kasten van vijftig euro. Toen ik aan het einde van de middag even bij een bouwmarkt kwam om schroefjes en een hamer te halen, zag ik dezelfde soort lampen en kastjes als mijn Ikea-lampen en kastjes. En dat nog wel voor ongeveer dezelfde prijs. Het verschil was echter dat ik ze zo kon meenemen en op kon hangen en neerzetten zonder ze eerst in elkaar te hoeven zetten. Ik baalde, het had mij een dag werken kunnen besparen. Toen ik doorliep om op zoek te gaan naar de schroefjes en de hamer besefte ik ineens dat ik juist heel blij moet zijn met mijn Ikea-lampjes en kasten. Doordat ik ze zelf in elkaar had gezet kon ik er ook meer van genieten. Ik had werk moeten verzetten om uiteindelijk van iets te kunnen genieten.

Toen die gedachtenkronkel door mijn hoofd dwarrelde, kwam ineens het zwemmen naar boven. Ik ben als zwemmer ook een Ikea-kastje. Ik moet hard werken om uiteindelijk een mooi resultaat te kunnen krijgen. Hard trainen, goed om mijn eten denken, uitrusten en slapen. Sommigen hebben dat niet nodig. Die kunnen eten wat ze willen, hoeven niet hard te trainen omdat ze het op hun talent ook wel kunnen halen. Ze slapen minder omdat ze toch niet zoveel slaap nodig hebben, kortom een compleet kastje dat je zo ophaalt en neerzet, zonder er iets voor te hoeven doen. Beide resultaten zijn hetzelfde maar de weg naar het resultaat is anders. De ene weg geeft veel meer voldoening dan de andere. Ik ben blij dat ik een Ikea-kastje ben en er wat voor moet doen om enigszins een beetje hard te kunnen zwemmen. Dat liever dan een kant-en-klaar kastje dat met één keer per week trainen ook hard zwemt.

En terwijl ik de schroefjes uit het rekje bij de bouwmarkt haalde, dacht ik dat ik gek was geworden, want bij het klussen blijk ik veel vreemdere gedachten te hebben dan tijdens de urenlange trainingen in het water. Maar ja, zoals ze zeggen: Ik ben niet gek, ik ben een Ikea-kastje.