Column week 36: De prijs die je betaalt

In Nederland heb je allerlei prijzen gekoppeld aan de naam van iemand die op dat vakgebied, in die sport of in die organisatie veel heeft betekend of een icoon is geweest.

Zo heb je de Wim Sonneveldprijs voor de meeste talentvolle kleinkunstenaar van dat jaar. Er is de Prins Clausprijs die sinds 1997 wordt uitgereikt aan personen of organisaties die een progressieve en hedendaagse benadering hebben binnen een bepaald thema in de cultuur of ontwikkeling. Bij ons in de familie heb je de Opa Venninkprijs, die tijdens de jaarlijkse familie-BBQ wordt uitgereikt aan de persoon die de meeste speklappen op kan, gevolgd door de Ome Jannesprijs voor wie de hardste scheet kan laten. Het gekke is dat negen van de tien keer dezelfde persoon bij ons wint. Af en toe hebben we een verloren vriendje van een van mijn nichtjes die de reeks van mijn neef Vincent onderbreekt, maar Vincent heeft al meer dan tien beeldjes van Opa Vennink in zijn prijzenkastje staan en tien in goud gegoten scheetkussentjes. Het gekke is echter ook, dat zodra zo’n verloren vriendje een keer heeft gewonnen, het niet lang duurt voordat hij het uitmaakt met het nichtje.

In het Nederlandse Open Water Zwemmen hebben we sinds vorig jaar de ‘Irene van der Laan’-prijs. Vorig jaar had iemand het niet goed gelezen en bedacht zich geen moment om Irene van der Laar uit te nodigen, maar die kon onverrichte zake weer naar huis. Wel goed lezen, vriend!

De ‘Irene van der Laan’-prijs wordt sinds vorig jaar uitgereikt aan de zwemmer of zwemster, ongeacht leeftijd, zwemniveau of zwemvereniging, die in het seizoen de meeste kilometers heeft gemaakt. Een kilometervretersprijs. Dit omdat Irene van der Laan waarschijnlijk de meeste zwemmeters ooit op haar naam heeft staan.

Hartstikke leuk natuurlijk zo’n aanmoedigingsprijs. Hans Koster, de bedenker van deze prijs maar ook  naamdraagster Irene van der Laan leven gelukkig nog, daar waar de meeste ‘naamdragers’ van een prijs allang overleden zijn. Zij hoeven zich daarom niet om te draaien in hun graf (wat overigens een rare uitdrukking is voor iemand die overleden is en zich zou moeten schamen dat zijn naam er aan verbonden is), maar kunnen zich bemoeien met hoe de prijs volgend jaar op een andere manier moet worden aangeboden.

Vorig jaar was op het laatst al zichtbaar, dat er om werd gestreden, doordat er in de laatste weekenden wel erg veel werd gezwommen door zwemmers en zwemsters, die hoog in het klassement stonden. Dit jaar is de strijd nog heviger losgebarsten en werd er vanaf de eerste wedstrijd in Leiden al gekeken wie waar, wanneer en hoeveel kilometer zwemt.

Ik ben echter van mening, dat het niet gezond is om deze prijs uit te reiken aan mensen, die een aanslag plegen op hun lichaam. In het Open Water Seizoen wordt sowieso al veel gezwommen. Meer dan 56 zwemmers zitten al boven de 40 kilometer. Zo’n 12 zwemmers daarvan boven de 80 kilometer. De top 5 zit al boven de 100 kilometer, waarbij de leidster van dit klassement al bijna tegen de 150 kilometer aan zit. En dat allemaal in tweeënhalve maand tijd. Dat is gemiddeld zo’n 60 kilometer per maand. Dus 15 kilometer per wedstrijd weekeinde. Dat is niet gezond. Voor niemand. Niet voor een volwassen zwemmer of zwemster, maar al helemaal niet voor een meisje van vijftien. Natuurlijk is het leuk om een prijs te winnen. Wij trainen allemaal hard om iets te winnen, maar wat is de prijs van het winnen van een klassement als je vijftien bent, je lichaam, spieren, botten en energiesystemen druk bezig zijn met veranderen van meisje naar vrouw? Ik geloof nooit, dat dat alleen maar een mooie beker is, die je wint, maar dat je de echte prijs over een aantal jaren betaald door een kapot gezwommen lichaam.

Ik denk dat het belangrijk is dat de regels volgend jaar worden aangepast, zodat het echt een aanmoedingsprijs is. Niet een prijs waarbij roofbouw op jonge lichamen wordt gepleegd, omdat iemand zo graag een aanmoedingsprijs wil winnen. Want ik kan me niet voorstellen dat iemand dàt wil aanmoedigen...