De Scheldebekerwedstrijd (2)

Inleiding.
Inmiddels is het bijna een halve eeuw geleden dat op zaterdag 27 juli 1964 voor het laatst deze zwemklassieker werd verzwommen. De deelnemers moesten vanaf Nieuwe Sluis, een dorpje even ten westen van Breskens, de monding van de Westerschelde overzwemmen naar Vlissingen. Hemelsbreed een afstand van 4,7 à 4,8 km. In de praktijk kwam het er echter vaak op neer dat vanwege de stromingen een zwemafstand van 7 á 8 km. werd afgelegd.

De zwaarte van de Scheldebekerwedstrijd lag hem meestal dan ook niet in de afstand. Meer bepalend waren factoren als sterkte van de vrijwel dwars op de zwemrichting staande vloed- en ebstromen, het starttijdstip gerelateerd aan het getijdenmoment, de periode van spring- dan wel doodtij, richting,frequentie, hoogte, vorm en regelmaat van de golven (misselijkheid/zeeziekte inducerend), windsterkte en richting, regenbuien of mist (geen oriëntatie), lage watertemperaturen, aanwezigheid van kwallen, e.d. De geklokte tijden van alleen al de winnaars variëren dan ook sterk: van circa 1 uur onder gunstige omstandigheden tot ruim 2,5 uur onder zware omstandigheden. De langste marteling duurde 3 uur 43 minuten en 37 seconden voor de Belg van de Velde in 1931.
Als een soort proloog is in augustus de eerste aflevering van een serie artikelen over de Scheldebekerwedstrijd gepubliceerd getiteld:  "Bressiaanders in de Scheldebekerwedstrijd".  Dit en een volgend artikel zullen gaan over de gehele periode, het ontstaan, de omstandigheden, kortom, over de algehele geschiedenis en de organisatie ervan.

                            De Scheldebekerwedstrijden (1930 - 1964).

Voor het eerst werd de wedstrijd verzwommen in 1930 en de laatste dus in 1964. Gedurende deze periode zijn er 21 edities geweest van de 'echte' Scheldebekerwedstrijd. 'Echte' omdat de wedstrijd in 1938, 1947, 1957 en in 1965 op het laatste moment, in de ochtenduren moest worden afgelast in verband met de weersomstandigheden (storm, woeste zee). Die afgelasting  gebeurde niet altijd als zouden de zwemmers het niet aankunnen, maar uit vrees dat de roeiers met name de dwars op de vaarrichting staande hoge golven niet gecontroleerd zouden kunnen trotseren. Alle aandacht ging dan wel uit naar de zwemmers maar ook de roeiers kregen het in diverse jaren flink voor de kiezen. Zeeziekte heeft menigmaal roeiers geveld. Het is meerdere malen voorgekomen dat een deelnemer arriveerde zonder z'n volgboot. Die had hem/haar niet bij kunnen houden. Als roeiers hebben in al die jaren gefungeerd: leden van de Vlissingse roeivereniging 'Luctor et Emergo', matrozen van de Kon. Marine (de 'Jantjes'), mensen van het Loodswezen, zeevaartscholieren ('Blikken') en zeeverkenners.
In de vier voornoemde jaren van afgelasting werd ter vervanging uitgeweken naar het Kanaal door Walcheren: een 5km. lange zwemwedstrijd van Middelburg naar Vlissingen. De deelnemers waren immers al gearriveerd. Al een keer eerder, in 1935, was de Scheldebekerwedstrijd op het laatste moment afgelast en konden de ingeschrevenen weer onverrichter zake retour naar huis. Sommigen van ver komend. Dat wilde men de zwemmers niet nog eens aandoen en een draaiboek voor een alternatieve Kanaalwedstrijd werd samengesteld. Maar de begerenswaardige Scheldebeker bleef die jaren in de kast.

In 1930 had de grote initiator van deze wedstrijd, de Vlissingse burgemeester Van Woelderen als wisselprijs de fraaie en kostbare  Scheldebeker beschikbaar gesteld voor de eerst aankomende. In 1933 meende doktor Staverman, ook één van de organisatoren van het eerste uur, dat er daarnaast een wisselprijs voor de eerst aankomende dame moest komen en schonk deze zelf. Deelneemster Rie Olsen uit Rotterdam was kennelijk dusdanig gecharmeerd van deze wisselbeker dat ze binnen de kortste keren er definitief mee vandoor ging. Dit noopte dr. A. Staverman in 1936 om opnieuw een wisselprijs voor de eerst aankomende dame te schenken: een zilveren schaal.

De oorlogsjaren en de eerste jaren daarna vormden een jarenlange onderbreking.
Frontstad Vlissingen met z'n scheepswerf en havens waren samen met die van Breskens, militair-strategisch van groot belang voor zowel de Duitsers als de Geallieerden als toegangspoort naar de havenstad Antwerpen. Vlissingen en ook de Walcherse kust vormden een onderdeel van de Duitse Atlantic Wall. De vele beschietingen, de talrijke bombardementen en de Geallieerde landing vanaf Zeeuws Vlaanderen op Vlissingen (bij de Oranjemolen) begin november 1944, tezamen met de inundatie van het eiland Walcheren, maakten Vlissingen tot één van Nederlands zwaarst beschadigde steden. De Vlissingse boulevards lagen in 1944 volledig in puin. Ook Breskens had z'n wonden te likken, met name na het voor velen fatale bombardement van 11 september '44. Wederopbouw had in de eerstvolgende jaren de hoogste prioriteit.

Pas in 1950 volgde een herstart van de reeks Scheldebekerwedstrijden.
Een punt van aandacht vormde in al die jaren: Hoe kunnen we het publiek aan de wal informeren over het verloop van de wedstrijd? Want vanaf de Vlissingse Boulevards was niet waar te nemen wat daar midden op die Westerschelde zich afspeelde. In 1953 bij voorbeeld, deed men dat als volgt: de zwemmers werden vanaf de meevarende Belgische tender geobserveerd. Deze gaf radio-telegrafisch het verloop van de wedstrijd door naar een radiowagen op het badstrand. Middels een luidsprekerinstallatie werden de berichten vervolgens doorgegeven aan het publiek. Dat was weer eens wat anders dan in de beginjaren, toen een man met verrekijker op de hoge duiktoren (het finishpunt voor het Vlissingse badstrand) de zee afzocht en met een scheepsroeper zijn bevindingen doorgaf aan het publiek,
 
In het begin van de 60-er jaren zorgt het toenemende scheepvaartverkeer (met z'n grote economische belangen) over de Westerschelde voor groeiende problemen. Antwerpen zal in de komende jaren uitgroeien tot de tweede grootste haven Europa. Voor het Scheldebekercomité wordt het steeds moeilijker om de benodigde toestemmingen te krijgen van de diverse instanties.  Ook het garant staan voor een veilige overtocht van de zwemmers voelt als een alsmaar zwaarder wegende molensteen om de nek.  Daarnaast is het ieder jaar weer een groot probleem om voldoende capabele bemanningsleden/roeiers voor het 20-tal volgboten bij elkaar te krijgen.
In een brief van 14 juni 1966 aan het College van B&W van Vlissingen maakt het Comité haar problemen kenbaar, inclusief haar voornemen om als alternatief  uit te wijken naar het Veerse Meer: een 5050m. lange zwemtocht vanaf de Veerse Dam naar het pittoreske Veere. Op zichzelf werd dit alternatief een uitstekende zwemwedstrijd met een sterke winnaar: Tony Milton uit Londen. Een groter deelnemersveld (34 zwemmers) was mogelijk en met het prachtige stadhuis als decorum voor de prijsuitreikingen door burgemeester De Kam van Veere. Maar toch ontbrak er wat, dat wat juist de Scheldebekerwedstrijd zo bijzonder maakte: het gemis aan de onvoorspelbare natuurelementen.
Omdat het ' Comité Scheldebeker Zwemwedstrijden' het wegvallen van de traditionele Scheldebekerwedstrijd als een groot gemis beschouwt, stelt ze in 1967 toch weer pogingen in het werk om terug te keren naar de oorspronkelijke wedstrijdomgeving. (Het alternatief Veerse Meer komt hiermee te vervallen.) In de kalender van de KNZB kring Zeeland wordt als datum 16 september genoemd. Later dat jaar is er de mededeling dat het Comité, waarvan de secretaresse mevr. J. van Fraassen-Jongmans al geruime tijd ziek is, geen kans heeft gezien de zaak organisatorisch rond te krijgen.
Begin 1968 heeft het Scheldebekercomité als datum voor haar evenement 24 augustus geprikt. Nu steekt echter de KNZB kring Zeeland een spaak in het wiel. De Kring geeft voor deze datum geen toestemming omdat op die dag reeds de Havenwedstrijd van Breskens op het programma staat. Tijdens haar algemene jaarlijkse ledenvergadering in april stelt kring-voorzitter R. de Cooker dat:
"men sympathiek tegenover een dergelijk evenement staat en men ziet ook de propagandistische waarde  ervan voor de zwemsport, maar we laten niet langer met ons sollen. De datum van 24 augustus is vastgesteld buiten de kring Zeeland om en daarmee gaan we niet langer akkoord.  De KNZB moet de hand houden aan eigen reglementen. Het kan niet voorkomen dat een comité of een persoon die niet eens lid is van de bond een zwemwedstrijd organiseert, zoals bij de Scheldebekerwedstrijd het geval is. We willen niet dat de belangen van onze kring geschaad worden".
Als standpunt werd uiteindelijk door de vergadering ingenomen dat de Scheldebekerwedstrijd onder auspiciën van een club (De Zeehond/Vlissingen of Scheldestroom/Breskens) of van de KNZB.kring Zeeland moet worden gehouden en dat 24 augustus geen aanvaardbare datum is.
Waarschijnlijk waren dit de laatste stuiptrekkingen van het `Comité Scheldebeker Zwemwedstrijden`, daar ik verder geen levensteken meer heb kunnen vinden.

Aangezien Nederland (volgens de scheidingsverdragen uit 1839) wettelijk verplicht is aan België om de vrije doorvaart voor schepen naar Antwerpen te garanderen, zag het er niet naar uit dat ooit nog een 22e editie van deze legendarische wedstrijd zal worden gehouden. Immers het scheepvaartverkeer moet tijdens de overtocht voor enige uren worden stilgelegd. Om een indruk te krijgen: in 2012 voeren 14556 schepen over de Westerschelde richting Antwerpen en ook nog eens net zoveel de andere kant op. In elke richting 40 per dag. 80 Passages per dag.
------------------------------------------------------------------------------------------------------

Intermezzo:
                    De Westerschelde en zijn getijdenstromen.
De rivier de Schelde is vanaf zijn oorsprong in Noord Frankrijk tot aan de monding ongeveer 360km. lang. De Franstaligen noemen hem l'Escaut, de Belgen betitelen het rivierdeel bezuiden Antwerpen met de Schelde, het deel erna tot aan de Nederlandse grens met Zeeschelde. Vanaf de landsgrens tot waar hij in zee uitmondt heet hij de Westerschelde of de Honte (een oude benaming die niet veel meer gebruikt wordt).

De Westerschelde beslaat een oppervlak van ca. 310 vierkante km. en heeft zijn grootste waterdiepte van circa 55m. ter hoogte van Terneuzen.

Omstreeks de jaren 1970/ 1980 had de milieuverontreiniging een zodanige omvang aangenomen dat ingrijpen dringend noodzakelijk werd. De Westerschelde werd haast een dood water door afvalstoffen van de industrie en slechte rioolwaterzuivering in België. Dat het tegenwoordig goed gaat bewijzen de vele zeehonden die weer massaal gespot worden.
Hoewel de rivier vanuit zijn bron een regenrivier met dus zoet water is, is daar in de Westerschelde vrijwel niets meer van te merken. Het zoute zeewater wordt met elke vloedstroom tot ver de Schelde ingebracht. De getijbeweging is tot op 160km. van de monding bij Gent nog merkbaar.
De Westerschelde met zijn habitat is onderworpen aan de invloed van het getij. Het gemiddelde tijverschil (hoogteverschil tussen eb en vloed) bedraagt bij Vlissingen zo'n 3,80m. De tijverschillen zijn aan de zuidwestelijke kust toch al het grootst van Nederland. Vergelijk Den Helder (1,40m.) maar eens met Vlissingen. Omdat de Westerschelde en de Schelde een soort trechter vormen waardoor het water vanuit zee naar binnen stuwt, is het getijverschil groter naarmate je verder landinwaarts komt. Bij Bath in het oostelijke deel van de Westerschelde is dat gemiddeld 4.80m., één meter meer dan in Vlissingen. Bij harde wind/storm uit westelijke richtingen kan dat verschil nog aanmerkelijk oplopen, Het grootste tijverschil ligt ter hoogte van Temse en Tielrode, circa 15km. stroomopwaarts van Antwerpen.
Binnen een tijcyclus van 12 uur en ongeveer 25 minuten wordt er gemiddeld 2.200 miljoen kubieke meter water verplaatst in de Westerschelde. We hebben het hier over gemiddelde waarden. Tijdens doodtij bedraagt het verschil tussen laagwater en hoogwater bij Vlissingen 'slechts'  2,20 á 2,30 meter. Bij springtij is een tijverschil van 5 meter ter hoogte van Vlissingen niet abnormaal. Navenant zullen de waterverplaatsingen tijdens springvloed veel groter en ook de stroomsnelheden hoger zijn
 
De getijbewegingen worden veroorzaakt door de aantrekkingskrachten die de maan (voor 70%) en de zon (30%) op de aarde en z'n wateren uitoefenen. De aantrekkingskracht is afhankelijk van de massa en de onderlinge afstand tussen de hemellichamen. De basis van de getijden liggen in de bewegingen van de maan om de aarde en van de aarde om de zon. Bij volle maan (de aarde staat dan tussen de maan en de zon in) en bij nieuwe maan (de maan staat dan precies tussen ons en de zon in) liggen zon en maan in één lijn, en elkaar versterkend, veroorzaken hun krachten een hoog tij, gewoonlijk "springtij" genoemd. Staat de maan in het eerste of laatste kwartier, d.w.z. een rechte hoek vormend met de aantrekkingskracht van de zon op de aarde, dan zullen de twee krachten elkaar afzwakken, met als gevolg een laag tij of "doodtij".
Door het vertragende effect van de weerstand die het zich verplaatsende water ondervindt, vallen springtij en doodtij ongeveer twee dagen na respectievelijk volle en nieuwe maan en na eerste en laatste kwartier.
Ten opzichte van de zon blijft de schijnbare positie van de maan (vanaf de aarde bekeken) per dag ongeveer 50 minuten achter. Daardoor volgt het tij een "maan"cyclus van 24 uur en 50 minuten (met twee hoogwaters en twee laagwaters). Na een springtij duurt het ca. 14,3 dagen tot het volgende springtij weer optreedt.
Omdat de baan die de maan om de aarde beschrijft geen mooie cirkel is maar een wat ellipsoïde vorm heeft, varieert voortdurend de onderlinge afstand, de onderlinge aantrekkingskracht en daarmee de waterhoogten van het getij. Bovendien is de aantrekkingskracht op de aarde aan de kant waar de maan staat zo'n 7% groter (dus ook de vloedpiek hoger) dan de vloedstand aan de andere kant van de aarde. Dit weerspiegelt zich ook in een verschil tussen de ochtendhoogwaters en de avondhoogwaters.
De getijden vormen dan ook een oerritme, net zoals het wisselen van dag en nacht en de opeenvolging der seizoenen.

Aan de Nederlandse kust verplaatst het getij zich als een lange golfbeweging van het zuiden (het Zeeuwse Deltagebied) naar het noorden (Den Helder) met twee golven per dag. Naarmate deze golf zich verder noordwaarts voortplant neemt het hoogteverschil tussen golftop en golfdal steeds verder af, en daarmee dus ook de stromingssterkte.

 

 

Met het astronomisch getij wordt bedoeld het getij dat enkel door de voorspelbare, wetmatige invloeden van hemellichamen en onveranderlijke factoren als kustvorm en zeediepten, bepaald wordt. Het astronomisch getij kan daarom ook jarenlang van tevoren uitgerekend worden (het boekje met getijdentabellen). Deze astronomisch bepaalde tijhoogten en de tijdstippen kunnen sterk beïnvloed worden door atmosferische variabelen als luchtdruk en windfactoren (richting, duur, strijklengte e.d.). Voor de Scheldemonding kan dat betekenen dat bij langdurige sterke (noord)westenwind de vloedstroom aanmerkelijk langer zal doorlopen, met hogere waterstanden, dan staat vermeld in de getijtafels. Deze zogenaamde "opzet" kan tot enkele meters oplopen en de zgn. stormvloeden veroorzaken. Inherent aan de (veel) grotere massa's waterverplaatsingen zullen daarmee de stroomsnelheden toenemen.

Regelmatig worden door leken de begrippen 'doodtij' en 'kentering' met elkaar verwisseld.
Met kentering wordt bedoeld de periode waarin de vloedstroom tot stilstand komt en langzaam overgaat in de ebstroom; of andersom, dat de ebstroom omkeert in de vloedstroom.
Doodtij is dus dat deel van de getijdencyclus waarin het hoogte verschil tussen eb en vloed het kleinst is, ongeveer 2 dagen na eerste en na laatste kwartierstand van de maan.

De laatste decennia maakt men zich zorgen over het effect van het uitdiepen van de vaargeulen ten behoeve van (grotere) schepen naar Antwerpen. Dat leidde tot versterking van de eb en vloed, met hogere stroomsnelheden. Bioloog Ies de Vries: "De weerstand is uit het systeem verdwenen waardoor de getijdegolf vanuit zee veel te hard naar binnenkomt".
----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het kiezen van een wedstrijddatum.
Stroomwaarden in de monding, het deel waar de zwemovertocht tussen Breskens en Vlissingen plaatsvindt, zijn het kleinst in de periode van de kenteringen tot 1 uur erna.  Maar dan nog variëren deze tussen  0 en 0,12m./sec.(tijdens doodtij) en 0 en 0,16m./sec. (tijdens springtij). Exacte kentering (stilstand) is in de Zeeuwse wateren zeer kortstondig en qua tijdstip verschillend, zelfs op die relatief korte lijn Breskens - Vlissingen. Maximale stroomwaarden in de Scheldemonding gedurende liggen in de orde van 2,06m./sec. (1 uur voor hoogwater tijdens springvloed). Let wel, de vermelde stroomwaarden zijn exclusief de invloeden van windfactoren. Ter vergelijk: een zwemmer die 4km. per uur zwemt doet dit met een gemiddelde snelheid van 1,11m./sec.
(Voor de liefhebber, de hoogste stroomsnelheden in de Westerschelde komen voor in het Nauw van Bath, daar waar de rivier een bocht maakt, tot een maximum van 10km./uur.)
Gelet op bovenbeschreven fenomenen kan men opmaken van hoe groot belang het is om een juiste wedstrijddatum te bepalen (in een periode van doodtij met een hoogwatertijdstip vroeg in de middag), op een zaterdag (zeer veel medewerkers en voor publiek), bij voorkeur in de maand juli of augustus (meeste kans op een redelijke watertemperatuur) en een starttijdstip van 20 á 30 minuten voor de kentering van de vloed- naar ebstroom. En daarbij dan maar hopen op gunstige weersomstandigheden.
Dat de keuzemogelijkheden voor het prikken van een goede wedstrijddatum beperkt is is inmiddels door de praktijk bewezen in 1948. De Scheldebekerwedstrijd kon toen niet worden georganiseerd:
"daar de nautische commissie van oordeel was dat de tijden van eb en vloed die zomer zodanig ongunstig vielen dat geen geschikte zaterdag voorhanden was".                                          

(Wordt vervolgd).

(Goes, september 2013)                                                Piet Schop.

Naschrift.
Gaarne houd ik me aanbevolen voor op- en aanmerkingen, aanvullingen of het ontvangen van documentatie en/of (persoonlijke) anekdotes e.d. van oud-deelnemers, officials dan wel andere bij de organisatie betrokken personen, die ik eventueel kan verwerken in de nog komende afleveringen over de Scheldebekerwedstrijden.
P. Schop, Zaagmolenstraat 62, 4461BM Goes.
E-mail: piet1234@kpnmail.nl.