De Scheldebekerwedstrijd (3)

Inleiding
Deze derde aflevering is een direct vervolg op aflevering 2. Er wordt een meer algemeen beeld geschetst van de gehele periode (1930 - 1964) waarin de Scheldebekerwedstrijden hebben plaatsgevonden. Veel aandacht is vorige keer besteed aan de Westerschelde met haar getijden en stromingen. Aan bod komen in deze aflevering: de ontstaansperiode, een globaal beeld van de organisatie en een beeld van de oversteek zelf. Besloten wordt met een overzicht van alle winnaars van de Scheldebeker.

Het ontstaan van de Scheldebekerwedstrijd.
In de jaren 20 van de vorige eeuw waren er diverse individuele zwemmers/waaghalzen die de monding van de Westerschelde over zwommen of daartoe een poging ondernamen, met alle gevaarlijke situaties die daardoor ontstonden.
Eén van de belangrijkste initiatiefnemers en promotor om dit in georganiseerd verband te doen, in de vorm van een wedstrijd, is de Vlissingse burgemeester C.A.van Woelderen (12 juli 1877 - 30 januari 1951) geweest. Hij was van 1919 tot 1945 burgemeester van Vlissingen. De kordate en gedreven Van Woelderen, zelf een liefhebber van wandelen, zwemmen en fietsen, had zich z'n Vlissingse Trias ten doel gesteld: de ontwikkeling en bloei van Vlissingen als haven, industrie en als badplaats. In dat kader zal hij met het organiseren van een aansprekende zwemwedstrijd praktische kansen hebben gezien om het Gemeentelijke Badbedrijf te stimuleren en zijn Vlissingen als badplaats (ook internationaal) in de picture te brengen. Sportiviteit- en veiligheidsredenen zullen dus niet zijn enige leidmotief geweest zijn. Van Woelderen zelf stelde een grote fraaie zilveren wisselbeker, de 'Scheldebeker' beschikbaar, die 3x achtereen of 5x in totaal moest worden gewonnen om hem definitief in bezit te krijgen. Ongetwijfeld goed gebruikmakend van zijn positie en connecties werd medewerking verkregen van de Koninklijke Marine, het Nederlandse en het Belgische Loodswezen, de Rijkspolitie, het Rode Kruis, het Gemeentelijk Badbedrijf, scheepswerf "De Schelde", de Vlissingse zwemvereniging VZV, Stoomvaartmaatschappij "Zeeland", roeivereniging "Luctor et Emergo", de Vlissingse reddingsbrigade VRB, edelsmid George van Dalsum (maakte als prijs voor beste Zeeuwse zwemmer een mooie zilveren lauwerkrans), de Vlissingse Courant, veel artsen, de burgemeester Van Zuijlen van Breskens e.a. Dit alles in de zin van financiële ondersteuning, beschikbaar stellen van de 12 zilveren medailles voor de deelnemers, daadwerkelijke medewerking, leveren van mankracht en/of materiaal en vaartuigen. De aanvankelijk sceptisch tegenover het gehele project staande dr. Staverman (voorzitter van de VRB), stelde persoonlijk een gouden medaille beschikbaar voor de eerst aankomende dame, stond aan het hoofd van de medische ploeg (verzorgde o.a. de fysieke keuring van de deelnemers) en zou in de volgende jaren tot één van de  meest fervente organisatoren behoren. Eén van de vele taken van het loodswezen was om ieder jaar weer het drukke scheepvaartverkeer ruim tevoren in te lichten en op de wedstrijddag zelf te regelen.
Persoonlijke uitnodigingen werden verzonden naar belangrijke/invloedrijke personen om al dan niet met hun vrouw de wedstrijd van dichtbij op een boot te volgen onder het genot van een hapje en een drankje. De pers/reporter van de Vlissingse Courant mocht meevaren op de snelle politieboot (in latere jaren op een vaartuig van het loodswezen) samen met juryleden, de wedstrijdleider, de technische leider en tijdopnemers. Zo hadden zij een duidelijk overzicht op het wedstrijdgebeuren, de organisatie en de zich voordoende problemen.
------------------------------------------------------------------------------------------------------

Intermezzo.

De VRB (Vlissingse reddingsbrigade) is op 18 juli 1924 opgericht door H. Bode en dr. A. Staverman o.a. vanwege het grote aantal verdrinkingsgevallen in Vlissingen. Staverman had zich in december 1908 in Vlissingen gevestigd als chirurg en vrouwenarts. De VRB ontplooit zich als een uiterst actieve vereniging, gericht op het reddend zwemmen. Men leidt op voor bepaalde zwemdiploma's.  Jarenlang is dokter A. Staverman o.a. als voorzitter, de grote stuwende kracht achter de vereniging. Hij maakt financieel ook een heleboel zaken mogelijk. Voor haar activiteiten kan de reddingsbrigade gebruikmaken van een marineboot in het Kanaal door Walcheren: " het Zwemschip". In 1946 wordt het tijdens de oorlogsjaren gezonken Zwemschip weer opgekalefaterd en door de VRB in gebruik genomen. In de eerste 25 jaar van haar bestaan kan de vereniging met voldoening melden dat ze aan 4400 personen de zwemkunst heeft geleerd.

De VZC (Vlissingse zwemclub) is in januari 1925 opgericht en bij Koninklijk Besluit goedgekeurd op 31 juli 1929.
In 1929 wordt aan het Kanaal een zweminrichting gebouwd dat in 1943 door de Duitsers wordt gesloopt.
In 1931 sluit de VZC zich aan bij de Nederlandse ZwemBond om zwemwedstrijden in georganiseerd verband mogelijk te maken. Op 6 augustus 1932 organiseert de VZC een 5km. lange Kanaalbekerwedstrijd van Middelburg naar Vlissingen, maar wegens weinig animo wordt daarmee na 3 jaar gestopt.
In 1935 (23 februari) richt een groepje VZC-leden een aparte wedstrijdafdeling op, zwem- en poloclub "De Zeehond". Jarenlang wijdt secretaris Piet Castel, samen met zijn vrouw Truus Castel-De Jong (deelneemster Sbw. in 1937 en 1952), zich met hart en ziel aan deze vereniging. Om met de woorden van Sbw.zwemmer (1951, 1952 en 1953) Chris Verbeek uit Oost-Souburg te spreken ruim zestig jaar na dato: "Ik heb nooit een betere secretaris meegemaakt". In die hoedanigheid is Piet Castel ook jarenlang een belangrijke kracht binnen de organisatie van de Scheldebekerwedstrijd.

Per 1 januari 1971 zal "de Zeehond" samen met SZV uit Souburg fuseren tot "de Stormvogel".  Aanvankelijk was ook de VRB in deze fusiebesprekingen betrokken, maar de rijke club (ze bezat nogal wat obligaties) haakte af; deels vanwege de nadelige financiële consequenties, anderzijds vanwege de overkoepelende nationale Bonden (de KNZB en de KNBRD), die beiden als eis stelden dat alle leden van de nieuw te vormen vereniging lid moeten worden en contributie aan hen moeten afdragen. Dat ging alle drie de clubs te ver.
Per 2012 zijn de zwemverenigingen "de Stormvogel" uit Vlissingen en "Luctor" uit Middelburg opgegaan in "De Zeeuwse Kust".
------------------------------------------------------------------------------------------------------

De Westerscheldeoversteek.
In het aanvangsjaar 1930 werd er een comité samengesteld, het latere Scheldebekercomité. Daarin zaten vertegenwoordigers van het loodswezen, marine, politie, VZC, VRB en Rode Kruis, met als voorzitter: burgemeester C.A. van Woelderen. Dit Scheldebekercomité heeft zich daarna ieder jaar weer met de organisatie van de wedstrijd belast. Om de (K)NZB tegemoet te komen gebeurde dit meestal onder auspiciën van de VZC, de Zeehond of de Kring Zeeland.

Voor deelname aan de tocht konden zwemmers zichzelf aanmelden dan wel op persoonlijke uitnodiging. Om het predicaat "internationaal" te kunnen voeren (de Vlissingse Trias van Van Woelderen!) deed het comité er alles aan om ieder jaar weer enkele sterke buitenlandse zwemmers te strikken. Daarnaast was het beleid in de beginjaren er ook op gericht om ongeveer de helft van het aantal beschikbare deelnemersplaatsen te reserveren voor Zeeuwen.
Uit veiligheidsoverwegingen stelden de organisatoren zich de eis van één begeleidende boot per deelnemer, waarin naast de 4 roeiers (vaak nog een reserve) en een VRB-lid, ook plaats was voor een stuurman, meestal een loods. Afhankelijk van het aantal beschikbare sloepen werd het maximaal aantal deelnemers gelimiteerd. Zodoende was dat in de jaren 1931, 1933 en in 1934 het grootst: 25. Het kleinst in 1936 met 14 deelnemers.  Na de oorlog werd een vaste limiet van 20 deelnemers per wedstrijd gehanteerd.
Naast de genoemde jollen werd nog een 20 á 25-tal motorboten, sleepboten en andere vaartuigen ingezet. Voor de circa 20 deelnemers waren op die wedstrijddag al gauw zo'n 350 tot 400 mensen in touw. Als ik in oktober 2013 aan drievoudig deelnemer (1951, 1952 en 1953) Chris Verbeek vraag wat hem van al die jaren het meest is bijgebleven, is zijn spontane antwoord kort en bondig: "Een enorm evenement".

Tot en met 1937 zijn aan de deelnemers reis- en verblijfsvergoedingen betaald. Veel buiten Zeeland wonende deelnemers kwamen per trein daags tevoren. Onderdak werd dan voor hen geregeld. Zij die 's morgens met de trein arriveerden werden afgehaald en eerst naar de medische keuring gebracht. Met enige regelmaat kwam een kandidaat niet door de strenge keuring. De eerstvolgende persoon op de reservelijst nam dan zijn plaats in met bijbehorend capnummer.
Inmiddels waren op de ochtend van de wedstrijd de daarvoor verantwoordelijke personen al bijeen geweest op het Vlissingse Roeiershoofd om over het al dan niet doorgaan van de wedstrijd te beslissen.  
De zwemmers werden met een tender van het Belgische loodswezen overgevaren naar Breskens/Nieuwe Sluis. Tijdens de overvaart werden ze ingesmeerd met een dikke laag schapenvet door mannelijk en vrouwelijk verplegend personeel o.l.v. een arts. Dat was ter preventie van afkoeling maar bleek tevens een probaat middel tegen het 'stralen' door kwallen. Alleen de onderarmen en handen mochten niet ingesmeerd worden. In geval van nood moesten de deelnemers immers vanuit het water in de roeiboot worden gehesen. En de liesstreek......, dat moesten ze maar zelf doen.
Alle deelnemers kregen een genummerde, afsluitbare koffer waarin ze hun kleding/spullen konden opbergen. Bij de finish aan het Vlissingse badstrand konden de zwemmers deze weer in ontvangst nemen.
In de eerste  twee jaren (1930 en 1931) werd er gestart vanaf de kant even ten westen van het badstrand van Breskens. In navolgende jaren lagen de begeleidende jollen al gereed op de startplaats, een 50-tal meters voor de oever van Nieuwe Sluis. In een lange rij achter elkaar met de kop in de stroom en middels een lange kabel vastgemaakt aan een motorboot/sleepboot. Met een motorsloep werden de deelnemers van de tender overgebracht naar de hun toegewezen, genummerde jol, corresponderende met hun capnummer. En dan maar wachten op het startsignaal.....
Gestart werd er vanuit de jollen, waarbij het belangrijke tijdstip van het startsignaal (lichtkogel of vuurpijl) bepaald werd door een deskundige loods. Meestal zo'n 20 á 30 minuten voor de hoogst te verwachten waterstand. Dat betekende nog al eens dat de in hun jol zittende deelnemers geduld moesten betrachten.
Na het startsignaal vaak chaotische taferelen. Jollen die worstelen om los te komen, niet alle roeiers blijken ervaren of zijn goed op elkaar ingespeeld. Vervolgens wachten tot de zwemmers onderling voldoende afstand hebben om ze te kunnen benaderen zonder anderen te hinderen. Maar waar ligt mijn zwemmer?  Bijna alle jaren voeren verder diverse vaartuigen en vissersboten vol belangstellenden uit Breskens mee vanaf de start, want Breskens leefde mee. Maar ook dat verliep niet altijd even soepel bij de start.
In de beginjaren voer de begeleidende sloep vóór de deelnemer uit, maar al gauw moest het zich tot een echte volgboot beperken en mochten er tijdens de zwemrace geen aanwijzingen gegeven worden aan de zwemmer. De loodsen hadden het consigne om alleen in hoognodige gevallen, wanneer zwemmers in een verkeerde stroming dreigden te komen, hen daarop te wijzen. Deelnemers mochten niet bewesten een bepaalde denkbeeldige grenslijn komen (zie schets) op straffe van uit de wedstrijd te worden genomen. Elke begeleidende jol beschikte over een rode vlag die in geval van problemen omhooggestoken moest worden, waarop een motorboot te hulp zou schieten.
De meeste zwemmers werden gewoonlijk eerst met de nog lopende vloedstroom, richting de Schelde in, meegevoerd. Tijdens de kortdurende kentering, werd het middenstuk van de rivier overgestoken. Eenmaal onder de Walcherse kust aangekomen, zwommen de deelnemers met behulp van de dan steeds sterker wordende ebstroom, voorlangs de Vlissingse Boulevards, naar het badstrand. Daar fungeerde de duiktoren, met de Hollandse vlag fier in top, als finish/aantikpunt. In later jaren diende men door een denkbeeldige lijn tussen duiktoren en een boei te zwemmen.
Enkele mensen van de organisatie (de badman of van het Rode Kruis) stonden in zwempak gereed om de deelnemers het laatste stukje naar het strand te ondersteunen. Een niet onbekend fenomeen onder zeezwemmers die lange tijd in het deinende water hebben gezwommen, is het verschijnsel problemen te hebben met het evenwicht te bewaren wanneer men eindelijk weer vaste grond onder de voeten heeft. Niet verontrustend: binnen enkele minuten heeft het evenwichtsgevoel zich hersteld en is de loopcoördinatie weer normaal. Vele zwemmers hadden last van de bijtende inwerking door het zoute zeewater: pijnlijk branderige rode ogen, met 'mist' voor de ogen die het zicht aardig kon belemmeren. Bij aankomst: ogen druppelen of uitspoelen met zoet water. Heerlijk!
Op het Vlissingse badstrand (tijdelijk gesloten voor het badpubliek) was de medische afdeling (met meerdere artsen) ondergebracht in een grote  padvinderstent, voorzien van draagbrancards, dekens, warme koffie, cognac, handdoeken, benzine, waskommen, e.d. Zelfs het zuurstofapparaat van de Kon. Maatschappij "De Schelde" was daar aanwezig. Alle aankomende deelnemers konden in de tent worden ontvet door verplegend personeel en zo nodig medisch worden onderzocht en behandeld. Op de Boulevard stond een auto van het ziekenhuis Bethesda stand-by om extreem uitgeputte zwemmers naar het ziekenhuis te vervoeren.
De aankomst op zich was altijd weer indrukwekkend. Massaal werden de gearriveerde deelnemers verwelkomd met luid loeiende sirenes en hoorns vanaf de vele voor de wal liggende vaartuigen, tegelijk met een hartverwarmend applaus door het vaak uit duizenden bestaande en zeer enthousiaste publiek op de Vlissingse boulevards en stranden. Een waar spektakel.

Na afloop een uitgebreide prijsuitreiking in Hotel Brittannia of in de Loodsensociëteit met veelal lovende woorden door diverse sprekers. De dag werd gewoonlijk afsloten met een feestelijk samenzijn van de deelnemers en de bij de organisatie betrokkenen. Het geheel ondersteund met muzikale optredens.

In de loop der jaren blijken steeds meer deelnemers in staat te zijn om de Westerschelde in een rechte lijn over te steken. Deels natuurlijk doordat de zwemmers intensiever en langer kunnen trainen door de komst van steeds meer (en later verwarmde) zwembaden, overdekte zwembaden maken het zwemmen het gehele jaar door mogelijk, verbeterde zwemtechnieken, e.d. Een andere, zo niet grotere factor is dat de organisatoren steeds beter in staat zijn (soms door schade en schande) om de meest gunstige (getijde)omstandigheden te bepalen en te benutten bij het vaststellen van wedstrijddata en het juiste tijdstip van starten over te laten aan een lokaal deskundige loods. Ergens ook jammer, want het predicaat ' legendarisch'  dankt de Scheldebekerwedstrijd juist aan die onmenselijk zware, langdurige tochten waarbij te vroeg werd gestart en die welke onder de meest ongunstige weersomstandigheden zijn verzwommen.

 Overzicht van alle Scheldebekerwinnaars.
1930  Yvonne Lauwereins      Oostende                  2.11.04,2                                         
1931   Frans Kuijper              Amsterdam               2.37.01,2
1932   Jan Stender                Hilversum                  1.40.08
1933   hr. E.H. Temme           Londen                     1.47.09,8
1934   Jan Stender                Hilversum                  1.28.08,2
1936   Cecil T Deane              Londen                     1.01.52,2
1937   Cecil T. Deane             Londen                     1.11.43
1939   Cecil T. Deane             Londen                     1.11.37,8
1950   Rinus van Daatselaar   Hilversum                  1.30.52,5
1951   Rinus van Daatselaar   Hilversum                  1.18.34,4
1952   Herman Willemse        Utrecht                      1.10.08,6
1953   Herman Willemse        Utrecht                      1.04.56,8
1954   Arndt Käyser               Hilversum                  1.12.59,3
1955   Arndt Käyser               Hilversum                  1.29.07
1958   Hennie van de Velde    Hilversum                  1.23.04,4
1959   Herman Willemse         Hilversum                 1.01.26
1960   Rob Ingenluijff             Den Haag                  1.06.27
1961   Hans van Hemert         Breda                        1.10.01
1962   Judith de Nijs               Hilversum                  0.59.11
1963   Judith de Nijs               Hilversum                 1.01.34
1964   Jim Richards                Amsterdam                1.03.44 
1966   Tony Milton                Londen                       1.12.51       

Winnaars van de alternatieve Kanaal- en Veerse Meer wedstrijden.
1938   Cecil T. Deane            Londen                       1.24.05
1947   Jan Schopman            Amsterdam                 1.25.00
1957   Rein Prins                  Amsterdam                 1.16.10
1965   Tino Janssen              Elst                             1.09.32
 

 

(Goes, oktober 2013) 
Piet Schop.