De Scheldebekerwedstrijd (5) - 1931

Inleiding
In 1931 werd op 29 augustus voor de tweede keer de Scheldebekerwedstrijd verzwommen over de monding van de Westerschelde van Breskens naar Vlissingen. De ogenschijnlijk redelijke weersomstandigheden ten spijt zou deze tocht de zwaarste worden in de reeks die gezwommen is tussen 1930 en 1966.  In deze 'onmenselijke' tocht haalden slechts 2 van de 25 deelnemers de finishlijn en werden wegens algehele uitputting twee deelnemers opgenomen in het ziekenhuis.

Een groot deel van het archief van de Kring Zeeland (KNZB) is tijdens de oorlogsjaren verloren gegaan. Enigszins verrassend blijkt dat het ontstaan c.q. de oprichting van de Kring Zeeland alles te maken had met deze Scheldebekerwedstrijden.

          De Scheldebekerwedstrijd van 1931.

De Voorbereidingen.
Tijdens de prijsuitreiking van de Scheldebeker een jaar eerder had burgemeester Van Woelderen o.a. zijn ergernis geuit over de houding van de Nederlandse Zwembond. De NZB had toen haar leden verboden om aan die wedstrijd deel te nemen.
Het is er Van Woelderen alles aan gelegen om de Scheldebekerwedstrijd tot in de perfectie te regelen, mede tot meerdere glorie van 'zijn' Vlissingen als badplaats. De politicus en het organisatie-talent in hem komen naar boven. Van Woelderen zoekt contact en reist af naar Amsterdam voor een onderhoud met de voorzitter van de NZB, de heer Kellenbach. De NZB-voorzitter toont zich enthousiast over de plannen. Zegt toe alle medewerking te zullen verlenen en gaat gaarne in op de persoonlijke uitnodiging om de wedstrijd te komen bezoeken. De NZB zal nauw betrokken worden bij de organisatie van de Scheldebekerwedstrijd.  Het is de bedoeling dat in de toekomst deelname alleen open staat voor  leden van een bij de Zwembond aangesloten vereniging. Voor niet-leden zal de NZB dit jaar nog dispensatie verlenen. Een schitterend standpunt.
In de loop van 1931 zoeken verschillende Zeeuwse zwemverenigingen aansluiting bij de NZB. Als eerste is dat VZC uit Vlissingen. Daarna volgen die uit Middelburg, Goes, Hansweert, Ter Neuzen, Breskens en Sluis. Ook de sportafdeling van de Vlissingse reddingsbrigade, VRB, kiest daarvoor. Voorzitter Kellenbach en consorten waren zonder twijfel enorm in hun sas met deze onverwacht grote uitbreiding van het NZB-imperium. In één klap zowat heel Zeeland erbij. En de Zeeuwse zwemsport zal er wel bij varen.
Op zondag 19 juli, zo'n 6 weken voor de wedstrijd, komt op uitnodiging van het VZC-bestuur de secretaris van de technische commissie van de NZB, de heer J.W. van Doorn speciaal naar Vlissingen. Samen met O. Hoogesteijn (consul NZB voor Noord-Brabant), Toussaint, Van Bel, twee loodsen en enkele VZC-bestuursleden, gaat hij per motorboot het gehele wedstrijdparcours Breskens-Vlissingen in ogenschouw nemen. Ervaringen, vragen en adviezen worden onderling uitgewisseld. Van Doorn is behoorlijk onder de indruk. Wel adviseert hij tot het instellen van een soort wedstrijdcommissie.
Dat advies leidt tot de oprichting van een hoofdcomité, het zgn. 'Comité van Bijstand'. Daarin nemen zitting de vertegenwoordigers van de diverse subcommissies en de nauw bij de organisatie betrokken instanties.*
Hoewel het Comité van Bijstand de feitelijke organisatie vormt wordt op verzoek van voorzitter Van Woelderen de wedstrijd uitgeschreven door VZC. VZC is nu immers lid van de NZB.  Teneinde niet in conflict te komen met de voorschriften van de NZB wordt alsnog een contact-commissie* gevormd. Haar opdracht is om de voorgeschreven bepalingen inherent aan een dergelijke wedstrijd, nauwkeurig na te gaan.
Voor het eerst wordt een draaiboek (zie bijlage 2) samengesteld, een rapport dat in grove trekken de organisatorische gang van zaken betreffende de Scheldebekerwedstrijd beschrijft. In de volgende jaren zal dat steeds als uitgangsbasis dienen. Voortdurend zal het aangepast worden aan de eerstvolgende wedstrijd. In de loop der jaren langzaamaan omvangrijker wordend.
Uit de kinderziekten en de tekortkomingen, die tijdens de eerste oversteek in 1930 aan het licht kwamen wordt lering getrokken. De belangrijkste aanpassing is voortaan de voorwaarde van 1 begeleidingsboot per deelnemer. (In 1930 waren er slechts 10 boten voor 23 deelnemers). Het parool "Safety first" wordt leidend.
Op de sluitingsdatum van inschrijven, 15 augustus hebben zich 27 deelnemers aangemeld. Dat komt goed uit, want er zijn 28 jollen/roeiboten/sloepen beschikbaar. Nog 10 aanmeldingen komen daarna binnen. Zij ontvangen echter een weigering retour. Dat men een extra boot als reserve beschikbaar heeft blijkt geen overbodige luxe. In de morgenuren op de wedstrijddag worden de 28 bootjes door stoomsloep 21 vanuit de Vlissingse Buitenhaven naar Breskens gesleept.
" Tijdens het slepen bemerkten de 5 matrozen van loodsjol nr.13 dat de boot lek was, aangezien zonder water over te nemen, de boot zich langzaam vulde. Er kon niet gehoosd worden aangezien geen hoosvat meegenomen was. Bij de startlijn aangekomen stond de jol tot aan de doften vol met water. De loods die mede zou gaan en bij de start aan boord zou komen, was van mening dat het onverantwoordelijk zou zijn, met deze jol naar Vlissingen te roeien. Besloten werd de jol tegenover de startlijn bij Breskens op het droge te brengen."
(Uit rapport opgesteld door de Luitenant ter zee der derde klasse E.M. Hornsveld).

Een ander verbeterpunt is het afzetten van het gedeelte badstrand ter plaatse van de aankomst. Als finish dient nu een lijn gespannen tussen de springtoren en de glijtoren aan het badstrand te Vlissingen i.p.v. het aantikken van de springtoren.
Op het laatste moment nog wordt de procedure vastgesteld hoe te handelen bij afgelasten van de wedstrijd. (Te beslissen door het herenkwartet Ruhl, Arntzenius, Staverman en Van der Jagt.):   
" dat indien de wedstrijd niet zal doorgaan te ongeveer 10.45 uur v.m. van den 29 Augustus a.s. op de Nederlandsche Loodsensociëteit, op het Wachtschip Noord-Brabant en op een mijnenveger van de Koninklijke Marine, welke in de Buitenhaven zal liggen , een blauwe wimpel wordt geplaatst. Mocht het weer twijfelachtig zijn en kan niet direct een positief besluit worden genomen, dan zal bij de startplaats te Breskens definitief worden beslist. Verwacht wordt dat de seindienst zulks zal berichten naar Vlissingen."
(brief D.W. Toussaint 27 aug.).

De Vlissingse Courant van 28 augustus besluit haar voorbeschouwing met de wens:
"Zij Pluvius en Neptunes ons morgen genadig en schittere het vriendelijk zonlicht op pekelveld en kust, opdat dit voortreffelijk voorbereid festijn door schoonheid worde gesierd! "

De Deelnemers.
Onder de 27 ingeschrevenen bevinden zich 20 heren en 7 dames. Echter dhr. Frauwendorff (nr.27) uit Schiedam meldt zich af wegens ziekte, nog voordat de deelnemerslijst (zie bijlage 1) is gedrukt. Zijn vervanger komt helaas niet door de keuring. En aangezien Van der Kamp (nr.11) uit Amsterdam niet op komt dagen, gaan 'maar' 25 deelnemers te water, 18 heren en 7 dames. Daaronder bevinden zich twee Belgen: de heren Van de Velde en Malfait. Liefst 16 Zeeuwen (10 heren en 6 dames) gaan van start. Vlissingen is daarbij het rijkst vertegenwoordigd: 5 heren en 5 dames. Slechts 1 deelneemster komt van buiten Zeeland. Maar dat is dan wel Rie Olsen uit Rotterdam. Geen onbekende in zwemmend Nederland. Uit Amsterdam komen drie sterke zwemmers: de heren N. Kroese, Jan Stender en Frans Kuijper. Kuijper is nog dit jaar, tijdens de N.K.1931 in Tilburg 2e geworden op de 1500m.
8 Deelnemers hebben ook al in 1930 meegedaan. Daaronder de plaatselijke favorieten B. Slager (toen 2e), D. Luitwieler (3e) en de jeugdige Marie van den Heuvel (10e en 6e dame). Het meedoen van Slager was overigens kantje boord. Maar middels een telegrafisch verzoek van Burgemeester Van Woelderen kreeg vaandrig Slager alsnog verlof van zijn commandant. Ook J. Boomsma (4e) uit Middelharnis en Mej. Dekker uit Veere (5e en 2e dame) zijn weer van de partij. Alleen jammer dat de winnares van 1930, Yvonne Lauwereins ontbreekt.

De Genodigden.
Yvonne Lauwereins is echter wel aanwezig. Ze mag de wedstrijd volgen vanaf het Belgische Loodswezenvaartuig. Deze is speciaal bestemd voor pers en genodigden. Onder de genodigden  de al eerder genoemde C.F. Kellenbach, voorzitter van de Nederlandse Zwembond. Ook bevinden zich op deze boot de burgemeester van Goes, dhr. Hajenius en de HBS-directeur Priems uit Terneuzen. Beiden zijn daartoe uitgenodigd door Van Woelderen. Naar later zal blijken niet geheel zonder reden. Gedurende de wedstrijd vaart deze boot naar believen door het veld van zwemmers, voor zover ze de deelnemers maar niet hindert. De opvarenden worden begeleid en ingelicht door de deskundige loods Weber en dhr. Van Bel, official van de KNZB.  Dhr. Stroobrants, inspecteur van het Belgisch Loodswezen en eveneens lid van de Commissie van Bijstand, is ook aan boord van 'zijn' schip. De mensen van de pers en de genodigden worden in het comfortabele loodsenverblijf aardig in de watten gelegd, met op tijd zijn natje en zijn droogje.

Zaterdag 29 augustus 1931.
De deelnemers, die met de trein van 11.03 uur in Vlissingen aankomen, worden daar door leden van het ontvangstcomité opgevangen. Samen met andere deelnemers vertrekt men om 11.30 uur met de boot naar Breskens. Tijdens de overtocht worden de zwemmers verder bijgepraat m.b.t. de wedstrijd door de ter plaatse deskundige loodsen Kamermans en Weber. In Breskens aangekomen stappen de deelnemers en diverse bij de organisatie betrokkenen in een bus die hen naar de startplaats vervoerd. Daar ondergaan alle deelnemers een lichamelijke keuring.  Grote teleurstelling voor invaller De Boer: hij wordt niet goedgekeurd. Er doet zich hierbij nog een incident voor: Jan Stender weigert de keuring te ondergaan. De reden...???  Een portie Amsterdamse betweterigheid of eigenzinnigheid zal daarbij wel een rol gespeeld hebben. Toch laat men hem meedoen. Er staat nergens zwart op wit dat de keuring verplicht is. Stender mag meedoen, maar wel geheel op eigen risico. Het zal hem naderhand nog wel een stevige sneer in de pers opleveren. Bij de startplaats is gelegenheid gecreëerd om zich om te kleden en in te vetten. De genummerde afsluitbare koffers, waarin de deelnemers hun kleding e.d. hebben gedaan, worden aan de loods in de begeleidende boot meegegeven.   

De startplaats is, evenals het voorgaande jaar, ten westen van Breskens, vanaf de dijkglooiing bij het achtste paalhoofd. Dat ligt voor "Hoekduin", de daar groeiende nederzetting van recreatiehuisjes. Volgens de getijdentafel is het hoog water om 15.15 uur. De start is gepland omstreeks 14.00 uur. Maar dat zal zo'n minuut of twintig later worden.
Bij de startplaats heerst een uitgelaten, vrolijke sfeer onder de vele aanwezige belangstellenden. De hele maand augustus had zich doen gelden met een vrijwel onafgebroken serie van regen-, wind- en koudedagen. (13 dagen met > 10mm.regen, zelfs nog een hagelbui, 10 dagen met onweer, de gemiddelde maand temperatuur was 16,7 graden tegen 17,7 normaal). Nu, sinds enkele dagen is het droog, een heldere hemel met een heerlijk zonnetje. Wel is de watertemperatuur nog aan de frisse kant (16,9 graden C.). Kenmerkend voor deze vrolijke stemming is het in de krant van 28 augustus gepubliceerde dichtwerk "Een natuurwonder". *
Terwijl een deel van de boten naar de hun toegewezen plaats voor de kust roeien, poseren 16 deelnemers en een 20-tal matrozen nog even voor een groepsfoto.  Ze staan in het 30 à 40cm. diepe water aan de voet van de basaltglooiing. Alle deelnemers dragen een vrijwel de gehele romp bedekkend zwempak met twee schouderbandjes. De meesten zijn bedekt met een 'lekkere' laag vaseline of schapenvet. Gebroederlijk rechtop staand naast elkaar, de uit de kluiten gewassen Vlissingers Slager en Luitwieler. Evenals vele anderen, de ogen licht genepen tegen het rijkelijk aanwezige zonlicht. Op de hurken zien we een uitbundige Rie Olsen zwaaiend met de rechter arm naar de fotograaf en geflankeerd door vrolijke 'Jantjes'. Schuin daarachter de lachende mej. Potters, met de rechterarm de militaire groet brengend. Achteraan met als enige een bril op, Van der Burgh. Spanning is te zien op de gezichten van de Belg Van de Velde en mej. Wijthoff. Voorvoelen zij al wat nog komen gaat?  De matrozen in hun witte uniform hebben daar kennelijk in het geheel geen last van: vrolijke gezichten, de meesten met de pet op, armen met die van de buurman/vrouw verstrengeld. Niet te zien zijn de drie Sluisenaren, de drie Amsterdammers en de drie V's: Vileijn, Vette en Visser. Het geheel mag dan de indruk van een zonnig tafereeltje wekken, op de achtergrond ligt een motorboot waarvan de driekleur vrijwel strak, horizontaal naar het westen wijst. Teken van een toenemende O tot O-N-O wind.
De jollen en roeiboten liggen op zo'n 100m. uit de kust gereed. Allen zijn voorzien van een groot bord op de voorplecht met daarop het wedstrijd(=cap)nummer van de deelnemer die ze moeten begeleiden. De bemanning bestaat uit 4 roeiers, een loods en op de achterplecht een VRB lid. Daar gepositioneerd heeft de VRB-man een goed zicht op de zwemmer. De loods heeft o.a. namelijk de opdracht om steeds vóór de deelnemer uit te varen; ongeveer op een afstand van 5 meter. Achter deze rij roeiboten ligt een flottielje van allerlei vaartuigen. Al dan niet betrokken bij de organisatie.
De deelnemers staan gereed in een lange rij aan de voet van de basalt glooiing. Gespannen in afwachting van het startsignaal. Dat kan ieder moment klinken. Kamprechter Hoogesteijn heeft nog geprobeerd de deelnemers een en ander mede te delen per megafoon. Tevergeefs. Het geluid gaat verloren in de ruimte, en door de vele opmerkingen en aanmoedigingen van het op de zeedijk geposteerde publiek, vlak achter het front van deelnemers. (De startplaats is niet afgezet).
Omstreeks 14.20 uur lost D.H. van Zuijlen, burgemeester van Breskens, het startschot. Een storm aan activiteit breekt los. Half rennend, half zwemmend kiezen de deelnemers zo snel mogelijk zee. De sleepboot "Blankenburg" met daarop o.a. de tijdwaarnemers vertrekt onmiddellijk na het startschot naar Vlissingen, naar het Roeiershoofd, om daar z'n passagiers af te zetten. Verslaggevers en andere personen spoeden zich per auto naar de hun toegewezen Loodsboot, om vandaar af de wedstrijd verder te kunnen volgen. Ondanks de uitgebreide voorbereidingen ontstaat er toch enige chaos. Twee van de begeleidende roeiboten van de Zeevaartschool blijken lek te zijn. Het één op één principe moet aangepast worden. Hoe en met wie kan men combineren?  De bootnummers zijn voor de zwemmers vanuit het water nauwelijks te lezen. Het is aan de bootbemanningen om hun zwemmer op te zoeken. Maar eerst moeten zij wachten tot het zwemmersveld zover uit elkaar ligt dat ze zonder de anderen te hinderen hun doelpersoon kunnen benaderen. Het blijkt moeilijk om elkaar te vinden. Een aantal deelnemers heeft dan ook veel te lang op 'hun' boot moeten wachten. Voor een alleen-te-komen-liggende zwemmer, midden in deze onafzienbare, woeste natuurelementen, kan dat zeer beangstigend zijn.
De inmiddels tot kracht 4 toegenomen oostenwind staat pal tegenin de in de Westerschelde oostwaarts lopende vloedstroom. Typisch gevolg daarvan zijn de forse, hoog frequente, onregelmatige golven met witte schuimkoppen. Erg lastig voor m.n. de borstcrawlzwemmers die daarop nauwelijks kunnen anticiperen. Het manoeuvreren voor de roeiers wordt er ook niet makkelijker op.

Er staat nog steeds een sterke vloedstroom. Zij houdt veel langer aan dan verwacht. Of men wil of niet, die vloedstroom stuwt de zwemmers ver oostwaarts de rivier in. Voorlopig neemt het viertal Kuijper, Stender, Boomsma en de Belg Malfait de kop. Alle vier zwemmen de borstcrawl en ze lopen steeds verder uit. Na ongeveer een half uur zwemmen heeft Frans Kuijper de leiding genomen met een kleine 100m. voorsprong.
De eerste uitvallers komen eraan. Golven, wind en koude worden hen te machtig. Na circa een half uur wordt kort achter elkaar in drie sloepen de rode vlag gehesen ten teken van medische hulpvraag. Dat hoeft niet altijd de zwemmer te betreffen. Het kan ook een opvarende betreffen, b.v. vervanging van een zeezieke roeier.
Na het passeren van de eerste lichtboei neemt Boomsma een meer westelijke koers, schuin tegen de stroom in. Hij wil proberen zo snel mogelijk in de kentering te komen, om dan met de eerste ebstroom Vlissingen aan te zwemmen. De anderen houden hun eerdere koers aan. Het veld zwemmers ligt intussen al zeer verspreid, ver uiteen.
Na 1 uur zwemmen geeft Vileijn uit Vlaardingen de pijp aan Maarten en wordt aan boord gehesen. Een half uur daarna volgt de Vlissinger Slager (16.09uur), daartoe gedwongen door kramp in het rechterbeen. Dat is een tegenvaller, want na een uur zwemmen lag hij samen met zijn plaatsgenoot Luitwieler nog op een gedeelde 5e/6e plaats. Maar ook Luitwieler zal later wegens kramp moeten opgeven. Dat overkomt hem na ruim 2 uur zwemmen (16.25uur) als hij zich ter hoogte van de tweede lichtboei bevindt.
Jan Stender is Boomsma en Malfait inmiddels voorbij gegaan en ligt op de tweede plaats. Kuijper ligt duidelijk voor. Zijn voorsprong is gestaag groter geworden. Op de persboot zegt voorlichter Weber dat de loods die Kuijper vergezelt, de beste tactiek voert. Weber verwacht dat zij het eerst, even na half vier de goede stroom te pakken kunnen krijgen.
Omstreeks 16.00 uur wordt duidelijk dat Malfait voor ligt op Boomsma en derde is.  Even daarvoor, om 15.53 uur is Kuijper de Westerschelde over. Hij is met een flinke voorsprong onder de Walcherse kust aangekomen bij "De Schoone Waardin" (indertijd een bekende uitspanning waarvan de naam herinnert aan een schilderij van een fraaie Walcherse boerin in het interieur), onder het dorpje Ritthem. Hij bevindt zich op ongeveer 200m. beoosten van de Vlissingse Buitenhaven, op zo'n 50m. uit de kust. Maar dat betekent echter nog altijd zo'n 4km. te gaan naar de finish! Om moedeloos van te worden. Frans Kuijper lijkt het zwaar te hebben want hij zwemt een al een poosje rustig schoolslag. De Amsterdammer denkt aan opgeven: 'Dat hele kolere eind nog, onderlangs de kust naar dat Vlissingse badstrand'. Juist op dat moment voelt Frans de opkomende ebstroom. Hij vat weer nieuwe moed. Schakelt over op de borstcrawl en vervolgt zijn zwemtocht.
Jan Stender ligt dat moment op een 2e plaats, op een afstand van ongeveer 600m. zuid-oost van Kuijper. Malfait op zijn beurt weer 500m. ten oosten van Stender.
Om 16.17 uur wordt Boomsma gesignaleerd op 200m. zuid-oost van de Buitenhaven en lijkt nog in goede vorm te verkeren.
Intussen gaat Frans Kuijper, geholpen door de in kracht toenemende ebstroom, steeds sneller vooruit. Nu, zo dicht onder de kust zwemmend, kan hij dat ook zelf goed zien. Als hij dan vervolgens met nog ongeveer 1,5km. te gaan het Roeiershoofd passeert met daarachter het standbeeld van Michiel de Ruyter op de Boulevard, dat zwart ziet van de meelopende toeschouwers, komt hij helemaal in de "winning mood".  Kuijper gaat het laatste stuk zo hard, dat de roeiers moeite hebben om hem bij te houden. Omstreeks 16.50 uur bereikt hij als winnaar de finishlijn voor het Vlissingse badstrand. 2 Uur en 37 minuten nadat het startsignaal heeft geklonken. Luid toegejuicht door de grote menigte toeschouwers en onder schetterende fanfare (harmonie "St. Caecilia") komt een vermoeide, maar blijde Frans Kuijper het water uit. Glunderend schudt hij de feliciterende hand van de Zwembondvoorzitter, die hem op het strand verwelkomt. Hij lijkt niet echt uitgeput. Wel toont zijn huid een vaal blauwe kleur.
" Ja, ik had last  van de kou en het water was ruw" vertelt hij. "Het verbaast me dat het zo zwaar was om die Schelde over te zwemmen". (En dat uit de mond van een man die toch al meerdere lange afstanden heeft gezwommen).
Volgens een berekening door de loods Weber heeft Kuijper een afstand afgelegd van 8,5 á 9km. Dat is bijna het dubbele van de rechtstreekse lijn tussen start en finish.

Nog voordat Kuijper is gefinisht, even na half 5, moet de Belg Malfait opgeven. Hij kan niet meer, zo moe is hij. Ongeveer ter hoogte van de Vissershaven, zo'n 2km. voor het eindpunt verlaat hij het water.
De Vlissinger Van der Burgh weet zijn onmogelijke strijd nog een uurtje langer vol te houden. Maar ook dan, bij het Roeiershoofd, moet hij zijn strijd staken.
Alleen het laatste gedeelte van de wedstrijd is vanaf de wal te zien. Meelopend vanaf "Michieltje" over de Boulevards kan het publiek de, vlak onder de kust zwemmende, deelnemers tijdens hun laatste 1,5  km. volgen. Gedurende de wedstrijd wordt het publiek voortdurend op de hoogte gehouden middels twee luidsprekers (ter weerszijden van het badpaviljoen geplaatst) en een groot zwart schoolbord. Met enige tussenpozen volgt informatie over de stand van zaken, zoals wanneer wie waar ligt en, voor zover duidelijk is, de klassering. Dit is mogelijk doordat vanaf de meevarende mijnenveger I berichten middels morseseinen doorgegeven worden naar de opvangpost. Deze is in een kamertje onder het badpaviljoen ingericht.
In dat lekkere middagzonnetje en door de gebouwene beschut tegen de wind, is het aangenaam vertoeven op de Boulevards. Mede daardoor ook is er extra veel publiek aanwezig.
Op het strand zelf is een grote witte tent opgezet, verdeelt in 5 afdelingen: twee grote ruimtes voor ontvetten en/of massages: één voor een algemene medische indruk van de binnenkomende sporters en twee kleine ruimtes, bestemd voor eventueel medische opvang/behandeling.
Van dat aangenaam vertoeven op het zonnige strand en de Boulevards hebben de zwemmers geen weet. Integendeel. De lang doorzettende vloedstroom keert. Maar dan ontstaat de situatie waar altijd voor gewaarschuwd wordt:
"Pas op, er is voor zwemmers niets gevaarlijker dan de Oostenwind, want geen zwemmer krijgt de stroom dan dood".
De tijd van kentering is minimaal. De ebstroom treedt vrijwel onmiddellijk in.

Het water loopt inmiddels hard terug. Er staat een sterke ebstroom voor de kust. Het is te voorzien dat vele deelnemers het niet gaan halen. Enkele bootjes die de zwemmers begeleiden zijn in zicht. Maar de meesten geven de indruk eerder van, dan naar de wal te geraken.
Nadat Kuijper is gefinisht zal het nog een poos duren voor de tweede deelnemer de wal bereikt. Vanaf de Boulevard en het Badstrand ziet men een eindje uit de kust een zwemmer voorbij komen. Het is nummer 10, dhr. Kroese. Hij belandt op de kop van de Nolledijk, gaat daar aan land en loopt te voet terug naar het Badstrand. De Amsterdammer zag geen kans meer om dat kleine stukje van circa 100m. tegen de stroom in, terug naar de finish aan het Badstrand te zwemmen. Kroese is dus wel over de Schelde gekomen, maar niet op de voorgeschreven plaats.
Nog slechter vergaat het Jan Stender. Stender dreigt eveneens met de sterke ebstroom voorlangs, voorbij de finish te geraken. Hij knokt voor wat hij waard is. "Opgeven" is een woord dat tot nu toe niet voorkomt in zijn woordenboek. Maar ook Jan Stender zal eraan moeten geloven. Om ongeveer half 6, met het eindpunt in zicht, stranden zijn pogingen.  Hij wordt aan wal gebracht in een toestand van fatale inzinking en uitputting. De medische dienst o.l.v. dr. Staverman grijpt onmiddellijk en deskundig in. Overbrenging naar het ziekenhuis wordt noodzakelijk geacht.
Ruim een uur nadat Kuijper is gefinisht passeert pas een tweede deelnemer de finishlijn. Het is de Belg Van der Velde, een bekend lange afstandzwemmer. Ook hij was reeds voorbij de finish gevoerd. Maar onder het zicht van de vele toeschouwers op de Boulevard blijft Van de Velde (begiftigd met een ijzeren wil en een reusachtig uithoudingsvermogen) maar knokken en taai volhouden. De bewondering van het publiek is evenredig groot voor hem. Hij heeft er bijna 3 uur en 3 kwartier over gedaan. Hij is volledig uitgeput. Op het strand aangekomen zakt Van der Velde in elkaar. Samen met Stender wordt de Belg naar het ziekenhuis afgevoerd.

J. Boomsma uit Middelharnis ligt al een tijdje op korte afstand van de finish. Het lukt hem maar niet deze afstand kleiner te krijgen. Inmiddels heeft de Flakeeënaar al bijna 4 uren tegen de natuurelementen gezwommen. Niet ver bij hem vandaan vechten ook Mevrouw Vermeulen uit Vlissingen en Van Zweden uit Goes.
Om 18.15uur vraagt Boomsma vertwijfeld aan zijn begeleidende loods:  "Weet U misschien een neerstroom om er toch te komen? Zo blijven we hoogte verliezen".
Maar de loods weet geen oplossing. Door de sterke ebstroom zijn ze voorbij de finish gezet.
"Het spijt me. Niet de afstand, noch de koude of het uithoudingsvermogen is het. Maar de stroom met de oostenwind laten me het opgeven". 
De rode vlag wordt omhoog gestoken ten teken van opgave.
Dat wordt tevens ook het moment dat de wedstrijdleiding vanaf de politieboot voor iedereen het sein geeft: Einde wedstrijd/ Iedereen het water verlaten. Voor de 5 of 6 nog strijdende deelnemers is het onmogelijk te finish nog te bereiken. Eerder wilde de wedstrijdleiding niet afvlaggen uit consideratie met de dappere zwemmer die al zo dicht bij zijn einddoel was.
"Slechts twee zwemmers volbrachten den tocht tot aan de finish. Een pover resultaat, doch een des te kraniger prestatie, welke respect afdwingt! "  is de conclusie van een verslaggever.
 -- De strijd is gestreden, de grillige en grimmige Scheldestroom was te sterk. --

De Prijsuitreiking.
Deze heeft 's avonds plaats in ' Britannia', het imposante hotel op de Boulevard ter hoogte van de finishplaats. In de lokale volksmond aangeduid met "Brit".
In zijn openingstoespraak heeft voorzitter en burgemeester van Woelderen het over een bijzondere sportieve gebeurtenis. Hij constateert dat de organisatie uitstekend was, doch met moeilijke weersomstandigheden te kampen had.
Met de stichting van een voorlopige Zeeuwse Zwembond* als lid van de NZB, meent Van Woelderen dat deze dag blijvend in de geschiedenis kan worden vastgelegd.  Een eerder geuite wens van NZB-voorzitter Kellenbach gaat daarmee in vervulling.
Overgaand tot de prijsuitreiking heeft Van Woelderen nog een verrassing voor de deelnemers: "De wedstrijd op zich is geslaagd dankzij de deelnemers. Allen hebben zich onderworpen aan een zeer zware proef. Daarom hebben we besloten om aan alle deelnemers de zilveren herinneringsmedaille uit te reiken".
Tijdens de uitreiking van de kostbare zilveren Scheldebeker wordt de winnaar, dhr. Frans Kuijper extra in het zonnetje gezet:
"U heeft de Schelde-cup met ere verdient door onder de zeer moeilijke omstandigheden, kampende met wind en stromingen, de finish te bereiken. Vorig jaar waren dat er meerderen. Des te groter is thans uw prestatie. Ik hoop U  in 1932 terug te zien en dat U de Beker  met eere zal verdedigen".
Na het overreiken van de Scheldewisselbeker, een kleine replica plus een medaille aan Kuijper, bedankt deze met een kort woord. Hij uit daarin zijn bewondering voor de algemene organisatie en bedankt met name de loodsen Van den Heuvel en Weber.
Juist op het goede moment verschijnt de nummer twee: dhr. Van der Velde uit Boom (België). Net ontslagen uit het ziekenhuis en vergezelt door twee verpleegsters.
Tijdens de uitreiking van de 2e prijs, een zwaar vergulde zilveren medaille, roemt Van Woelderen de buitengewone sportiviteit, waarmee Van der Velde de Scheldebeker voor zijn landgenote Yvonne Lauwereins (winnares in 1930) verdedigd heeft.
"Hulde aan de energie en de kracht van deze Belg, die door zijn doorzettingsvermogen een kranig vertegenwoordiger van zijn land genoemd mag worden".
Na uitdeling van de prijzen en de herinneringsmedailles volgt een uitgebreid dankwoord van de voorzitter. Zeer terecht gericht aan de vele instanties, verenigingen en personen voor hun onmisbare medewerking en het beschikbaar gestelde materieel.
In zijn slotwoord uit Van Woelderen zijn vertrouwen in de voorbereidingen voor de derde Scheldezwemwedstrijd.  "De vooruitgang van de Zeeuwse zwemsport betekent ook  de vooruitgang van Vlissingen als badplaats".

Kritiek/verbeterpunten.
Kritische noten waren er natuurlijk ook te horen en later te lezen:

-- Dagblad De Zeeuw:
"'Wij kunnen maar niet begrijpen hoe men na de ervaring van Zaterdag nog denkt aan een derden wedstrijd en wij weten ons gesteund door vele oprechte sportvrienden. Als van de 25 deelnemenden slechts twee den finish bereiken, dan is o.i. gebleken, dat het hier een bovenmenschelijk werk is, temeer als men ziet, dat twee deelnemers naar het ziekenhuis moesten worden vervoerd. Dit traject is voor een wedstrijd niet geschikt."

-- Een ander blad besluit zijn verslag met:
" Tenslotte vragen we ons echter af, of de wedstrijd zich, door dezen uitslag, zelf niet veroordeeld heeft".
-- De Middelburgse Courant daarentegen, zag geen reden voor de geuite kritieken en roemde juist de omvangrijke en talrijke voorzorgsmaatregelen die waren getroffen.
"Neen, daaraan lag het niet. Waaraan dan?  Hoofdschuldige was de wind, die, voor zulk een lang en zwaar zwemtraject, een te hoogen zeegang deed ontstaan. Een tweede factor is het, niet te voorzien, te lang doorzetten van den vloedstroom geweest. Maar: er zullen toch zeker nog vele jaren met mooie, warme en stille Augustusmaanden komen?  Bij een voortdurend perfectioneeren zien wij tegen voortzetting van de wedstrijden om den Scheldebeker niet het minste bezwaar."
--
Tijdens de algemene jaarvergadering in mei 1932 van de Middelburgse reddingsbrigade en zwemvereniging "Luctor et Emergo" zei de voorzitter W. de Graaf: 
" dat er van de Scheldewedstrijd geen propagandistische reclame uitgaat. Eén kwam verleden jaar half dood aan, 26 (?) deelnemenden moesten hun toevlucht nemen tot de bootjes".
 

Verbeterpunten voor een volgende keer:
-- Wedstrijddatum beter medio juli. Dan is, bij aflasten wegens slechte omstandigheden, uitstel mogelijk naar later datum;
--  Start nog te chaotisch:
De begeleidende boten lagen te ver uit de kust;
De boten lagen niet in een goede volgorde m.b.t. hun deelnemers;
Een aantal was niet in staat om binnen een aanvaarbare tijd de hun toegewezen zwemmer te vinden;
-- Een goede controle vooraf op de zeewaardigheid van de begeleidingsvaartuigen;
-- Startsignaal was niet goed hoorbaar, te zwak;
-- Startgebied afzetten tegen opdringende toeschouwers;
-- Starttijdstip beter bepalen. Volgens de een was deze een half uur te vroeg, volgens een ander had de vloedstroom zich een half uur te lang laten gevoelen;
-- Wat te doen met deelnemers die de keuring niet wensen te ondergaan?;
-- Er werd gepleit voor een strengere selectie van de deelnemers.
"Er namen nu zwemmers aan deel, die absoluut hun eigen capaciteiten niet konden beoordelen. Met een dergelijk zeer gemengd gezelschap stijgt het gevaar èn de verantwoordelijkheid èn de moeilijkheid van organiseren."

Uitslag Scheldebekerwedstrijd 1931.
--
1e  Frans Kuijper, nr.16 (Amsterdam)  2.37.01
-- 2e  hr. Van de Velde, nr.23 (Boom)      3.43.37
Verkeerd aan wal gekomen (1):
-  hr. N. Kroese, nr.10 (Amsterdam) na ca. 3.25: op Nollepunt
Opgegeven/ uit de wedstrijd genomen: (22):
-  hr. Vileijn, nr.1 (Vlaardingen) na 59 minuten
-  hr. B. Slager, nr.2 (Vlissingen) na 1.29: kramp
-  hr. D. Luitwieler, nr.20 (Vlissingen) na 2.05: kramp bij lichtboei 2
-  hr. Malfait, nr.4 (Boom) na ca. 2.45: t.h.v. Vissershaven
-  hr. A. van der Burgh, nr.25 (Vlissingen) na ca.3.10: bij Roeiershoofd
-  Jan Stender, nr.8 (Amsterdam) na ca.3.10: uitputting
-  hr. H.F. Boogaard, nr.3 (Sluis)
-  hr. Waga, nr.5 (Sluis)
-  mej. M. Dekker, nr.6 (Veere)
-  mej. Potters, nr.7 (Vlissingen)
-  mv. Vermeulen-Joode, nr.9 (Vlissingen)
-  hr. Schul, nr.12 (Roosendaal)
-  hr, A.van Zweeden, nr.13 (Goes)
-  hr. Vette, nr.14 (Yerseke)
-  hr. J. Boomsma, nr.15 (Middelharnis) na ca.3.55: voor finish
-  mej. Rie Olsen, nr.17 (Rotterdam)
-  mej. Wijthoff, nr.18 (Vlissingen)
-  hr. Visser, nr.19 (Vlissingen)
-  mej. Marie van den Heuvel, nr.21 (Vlissingen)
-  hr. B. Anraad, nr.22 (Vlissingen)
-  hr. R. Grahama, nr.24 (Sluis)
-  mej. E. Klaassen, nr.26 (Vlissingen).
Niet goedgekeurd:  dhr. De Boer
Totaal aantal deelnemers: 25 (18H+ 7D).

* Comité van Bijstand:
-
C.A. van Woelderen, burgemeester van Vlissingen;
- D. H. van Zuijlen, burgemeester van Breskens;
- C. Ruhl, onder-commandant Marine te Vlissingen;
- R.H. Arntzenius, directeur Nederlands Loodswezen;
- E.L.H.T. Stroobants, inspecteur Belgisch Loodswezen;
- A.O.F.W.C. Gasinjet, commissaris van Politie;
- dr. A. Staverman, chirurg, voorzitter VRB;
- G.A. Waller, directeur Stoomvaartmij "Zeeland";
- J.J. van der Jagt, directeur gasfabriek, voorzitter VZC;
- K.E. Bartstra, leraar Zeevaartschool;
- W. de Graaf, gym.leraar en voorzitter zc. en rb. "Luctor et Emergo";
- J.P. van Bel, official Kon. Ned. Voetbalbond;
- D.W. Toussaint, hoofdinspecteur Politie, secretaris VRB.

* Contact-commissie:
- J.J. van der Jagt
- J. van den Heuvel
- J. de Jong
- J. Kamermans
- W. Nek
- J. Prins
- P. de Ruijter
- H.D. Streefkerk
- J.L. Weber.

         Een natuurwonder !
Lezers, hebt ge'm weer zien schijnen,
  Hebt ge'm weer -- als ik -- herkend ?
Hoe hij na zijn lang verdwijnen
  Aan den hemel is belend.
Ja, hij is weer boven water
  Hij lacht weer, die warme zon,
Met zijn warme zonnestralen --
  'k Wist niet dat hij dat meer kon.
'k Heb gehoord, hij lag verdronken
  onder in een regenbak
Maar men kreeg hem weer te pakken --
  Daar hij in de modder stak.
Opgevischt en droog gewreven,
  En de roest er af gedaan,
Weer verguld en kleur gegeven
  Staat hij nu weer naast de maan.
Nu -- hij staat weer in ons midden --
  O pardon -- het is een "zij"
"Zonnetje" -- dat is een vrouwtje --
  'k Ben nu twee-drie-dubbel blij.
                                          Ha-Vee-Wee.

Bestuur Zeeuwse Zwembond (voorlopig per 29 aug. 1931, geconstitutioneerd in maart 1932):
-- C.A. van Woelderen (Vlissingen), burgemeester: voorzitter
-- W. de Graaf  (Middelburg), leraar RHBS: vice-voorzitter
-- D.W. Toussaint (Vlissingen), hoofd politie: secretaris
-- J. van der Jagt (Vlissingen), directeur Gasfabriek: penningmeester
-- G.A. Hajenius (Goes), burgemeester
-- H.W.J. Priems (Terneuzen), directeur RHBS.
-- Dr. A. Staverman (Vlissingen), chirurg (vlp. bestuur)
-- Mevr. T. Beth - Meyer (Hansweert), (def. bestuur)
-- nog toe te voegen iemand uit West Zeeuws-Vlaanderen.

(Goes, december 2013)                                          Piet Schop.

Bijlage 1: Lijst van deelnemers.

 

 

Bijlage 2: Draaiboek 1931.