column 2014-02: Het Jan Ullrich-syndroom

In de laatste column van vorig jaar heb ik gelogen. Ik vertelde dat ik bij het aantikken tijdens het Europese Master Kampioenschap in Eindhoven wist dat mijn open water seizoen voorbij was. Het lichaam was op en ik kon het niet opbrengen om nog een wedstrijdje in Hank te zwemmen. Tot zover niets gelogen. Echter, later in de column zei ik dat we de komende maanden niets anders konden dan weer netjes tussen de lijntjes in het zwembad een wedstrijd zwemmen. Ik zei dat ik daar na zo'n open water seizoen best wel weer zin in had. Dat was gelogen. Ik had daar namelijk totaal geen zin in.

Na de drie kilometer op het EMK wist ik dat ik tijdens de winter niet zoveel wedstrijden zou gaan zwemmen. Ik had in het zomerseizoen van 2013 gestreden, gewonnen, maar ook verloren. Het was een goed seizoen, maar niet een super seizoen zoals 2012. Ik was vermoeider, minder scherp en vooral wedstrijd moe. Dat kwam vooral omdat ik in de winter van 2012/2013 veel wedstrijden binnen had gezwommen en veel te weinig rust had genomen. Toch was het niet dat ik minder hard zwom. Op de meeste wedstrijden in 2013 zwom ik harder dan in 2012, maar behaalde ik een slechter resultaat. Dat kwam vooral omdat andere zwemmers beter uit de winter waren gekomen, met misschien voor mij wel de grootste verrassing Remco van Althuis en een mooie doorgroei van Pepijn Smit. Zij kwamen beter uit de winter dan ik.

In de winter heb ik altijd een beetje last van het Jan Ullrich-syndroom. Jan Ullrich, de bekende Duitse wielrenner die in zijn leven veel won, maar ook heel vaak verloor. Vooral in de belangrijkste wedstrijd verloor hij steeds: de Tour de France. Echter, verloor hij die niet al fietsend ergens tussen de eerste etappe en Parijs, maar hij verloor die al in de winter.
Zodra het seizoen afgelopen was, zette hij zijn racefiets in de schuur en was enkele maanden met van alles (drank en vrouwen) en nog wat (uitgaan en veel eten) bezig, maar niet met fietsen. Ergens tussen Kerst en Pasen kreeg hij dan ineens weer een ingeving dat hij ook nog wielrenner was, maar kwam daardoor meestal met een paar kilootjes teveel in de Tour aan en verloor dikwijls door in de eerste weken nog niet in topvorm te zijn.

Deze winter heb ik de strijd met het Jan Ullrich-syndroom verloren. Ik gaf me er vol aan over en was met van alles bezig behalve zwemmen. Het heldere moment kreeg ik pas rond de Pasen en inmiddels train ik de laatste weken keihard om weer een beetje in vorm te komen voor het begin van het seizoen, maar net zoals bij ‘der Jan’, vlogen de kilo's er de afgelopen wintermaanden bij mij aan. Gelukkig is het NK dit jaar pas in augustus, dus heb nog even tijd om het laatste beetje wintervet eraf te trainen.