column 2014-03: Rombalderie

De eerste zwemkilometers zitten erop. Altijd heerlijk om het eerste startsignaal van het seizoen te horen. Uiteraard hoor je dat signaal pas na het gebruikelijke toneelstukje waar iedereen eerst op één lijn moet liggen en de starter met een steeds strengere blik iedereen op de juiste plek dirigeert. Als dan het startschot, het fluitje of de toeter gaat weet je dat het open water seizoen echt is begonnen. Een heerlijk gevoel.

Nog een fijner gevoel is om met je tas en stoeltje het terrein op te lopen en iedereen na dik acht maanden weer te zien. Voordat je je plekje hebt gevonden heb je al tientallen handen geschud, diverse zoenen uitgedeeld en grote glimlachen opgezet tijdens het weerzien van je open water vrienden en concurrenten.
Je maakt met iedereen een praatje en na een paar uurtjes ben je weer helemaal op de hoogte van ieders leven en wat diegene in de acht maanden tussen beide seizoenen allemaal heeft gedaan en uitgespookt.

Natuurlijk is dat nu een beetje anders dan vroeger. Tegenwoordig lees je alles via Facebook, Twitter en Instagram. Vroeger had je elkaar echt acht maanden niet gezien. Nu zie je van al je open water vrienden wat ze eten, wat ze op een verloren zondagmiddag doen en bij wie ze de kerstdagen hebben doorgebracht.
Maar niet iedereen bevindt zich op de digitale wereld en daarom is het leuk om na een lange tijd ook weer mensen te zien, die geen selfies, duckfaces of photobombs van zichzelf op het internet plaatsen.

Zo ook de man, waar ik elk jaar van hoop dat hij er weer bij is. Al van toen ik klein was (ja, ik ben nog kleiner geweest dan nu) is hij een soort vast gegeven in mijn open water leven. Vaak vanaf treinstations als Anna Paulowna, Goes en Strijen CS, al trappend op zijn vouwfiets, soms meerijdend met andere zwemmers en soms lopend vanaf weet ik veel waar, komt hij met een grote grijns het wedstrijdterrein op. Hij installeert zich op zijn kleine vissersstoeltje, zet zijn stoffen capje op (hij weigert een badmuts aan te schaffen) en wacht tot zijn programmanummer begint.

Schoolslag is zijn slag. Ondanks het sterk teruglopend aantal schoolslagzwemmers, zal geen enkele wedstrijdorganisatie de schoolslag uit zijn programma kunnen schrappen, want dan ontneem je hem de kans om deel te nemen aan de wedstrijd. Hij zwemt namelijk geen borstcrawl. Ik zou überhaupt niet weten of hij wel borstcrawl kan zwemmen.

Daarom pleit ik ervoor dat de organisatie van de Speedo Swim-In Leiden nog snel een schoolslagafstand in het programma zet, want alle andere faciliteiten om hem in Leiden te laten zwemmen zijn er: een groot treinstation, genoeg plek op de beestenmarkt om zijn vissersstoeltje ergens neer te kunnen zetten en er is vast nog wel ergens een stoffen capje te vinden uit de erfenis van de langebaan van Leiderdorp van de jaren negentig.

Ik wil Rombald de Rie zien zwemmen in de grachten van Leiden! En laten we ook even een Facebookprofiel voor hem aanmaken, want ik ben wel heel benieuwd wat hij in de wintermaanden allemaal doet. Dat ben ik hem in Vriezenveen helaas vergeten te vragen