Column 2014-04: Dronken langs de gracht in Leiden

Met hoofdpijn en met mijn hoofd nog vol drank werd ik wakker. Ik lag in een onmogelijke positie aan de rand van de gracht aan de Beestenmarkt in Leiden op de koude stenen van de straat. Toen ik eindelijk besefte waar ik lag en de omgeving scande zag ik diverse andere open water zwemmers naast mij liggen. De een lag er nog ongelukkiger bij dan de ander en sommige lagen in zo diepe slaap, dat hun mond een beetje openstond en het kwijl langs hun mondhoeken op de klinkers droop.

Ik kwam overeind en keek naar de brug over de gracht. Met een grote glimlach zat Jos Dinkelberg met een videocamera in zijn hand. Zijn benen hingen over de rand van de brug, wiebelend van geluk. Hij riep mij.
Terwijl ik naar hem toe liep, probeerde ik mij te herinneren wat er was gebeurd. Ik weet nog dat we de avond ervoor tijdens de Speedo Swim-in een wedstrijd hadden gezwommen, dat we lang moesten wachten op de prijsuitreiking en dat we daarna, met in onze handen een bos bloemen en om onze nek de gewonnen medaille, richting de parkeerplaats liepen. Dat we door een straatje met allerlei cafeetjes liepen en de meisjes voor een van de kroegen vroegen of we zin hadden om 'biertjes te drinken'. Het was inmiddels al laat en wij keken elkaar vragend aan, maar de blikken zeiden genoeg. Dat hadden we. Ik zei nog dat dit Leiden was en dat in het uitgaansleven van Leiden rare dingen gebeuren. Ik had dat in mijn de Zijl/LGB tijd ooit eens ervaren tijdens de feesten rondom Leids Ontzet dat jaarlijks op 3 oktober in de binnenstad plaatsvindt en wist dat er dan dingen gebeurden waar je liever niet meer aan herinnerd wordt. Het hield ons niet tegen en binnen een paar minuten stonden we met een meter bier, ontelbare shotjes en glazen whisky aan de bar ergens in hartje Leiden. Dat was het laatste wat ik mij kon herinneren.

Ondertussen was ik bij Jos aangekomen. Hij zei dat hij alles had gefilmd. Ik keek hem aan en vroeg of ik het mocht zien. Hij schudde zijn hoofd. Ik zei dat ik het één keer wilde zien en dat Jos moest beloven om dan alles te wissen. Hij knikte instemmend en drukte op de 'play'-knop van zijn videocamera. Mijn mond viel open van verbazing.
Ik zag Timo Dinkelberg op een bar liggen, omringd door drie meiden die een rol verband om zijn hoofd afwikkelden, terwijl hij riep dat hij tegen een duiker aan was gezwommen en door een kano was overvaren. Ik zag Koen Florijn in een badpak op het podium het liedje zingen van Conchita Worst, terwijl zijn vader druk in een tas naar een scheerapparaat voor zijn zoon zocht. Ik zag Evelien Sohl de hele tijd om Fergil Hesterman dansen, terwijl Frans Bijl vroeg wat ze aan het doen waren, waarop Evelien riep dat ze de mannen aan de bar uitlegde hoe je het beste een keerpunt om een boei kon maken. Ik zag dat de tweelingbroertjes Huiskens met een blond meisje zaten te dollen. Emiel zei dat hij sneller door de mensenmassa naar de uitgang kon komen dan zij. De barman gaf het startschot. Het blondje begon zich door de mensenmassa te wurmen, terwijl Emiel de laatste slok van zijn biertje nam en nog een bestelde, terwijl zijn broer Richard het blondje bij de uitgang stond op te wachten. Ze kon maar niet geloven dat Emiel had gewonnen.
Pieter Pickhardt stelde zich netjes voor aan een meid, maar kon zich door de harde muziek haast niet verstaanbaar maken en kreeg daardoor een slag in zijn gezicht. Toen kwam ik in beeld en hoorde dat ik vroeg aan het meisje waarom ze hem een klap gaf riep ze dat hij had gezegd dat zijn 'Pickhardt' was, waarop ik begon te lachen en riep dat dat zijn achternaam was.
Ik zag Désiree uitleggen dat ze niet uit Emmen kwam, maar zo heette. En zag de heren van OEZA aan de lampenkappen heen en weer slingeren met alleen hun strakke Speedo-zwembroek aan.
Toen werd het beeld zwart. Ik vroeg aan Jos Dinkelberg of dat alles was en hij schudde zijn hoofd. De rest had hij niet durven filmen.

De zon kwam inmiddels langzaam op boven de oude grachtenpanden. Uit de kroegen kwamen groepjes studenten die langs de gracht gingen staan en hun biertjes uit plasten in de gracht waar wij een uur of twaalf eerder nog hadden gezwommen. Een groepje jongens deed een wedstrijd wie het verst een fiets in de gracht kon gooien. Ze pakten daarvoor willekeurige fietsen die langs de gracht stonden. Een drugverslaafde gooide zijn gebruikte spuitjes in de gracht, terwijl een man in een Audi op de brug zijn asbak in de gracht loosde.
Timo, inmiddels met verband om zijn hoofd, kwam bij zijn vader en mij staan en haalde zijn schouders op. ‘Over een jaar maken ze de grachten toch weer schoon en zwemmen wij weer onze baantjes op een van de mooiste parcoursen van het jaar.’

Ik knikte instemmend.