Kom kijken bij de klassieker van Nederland

2008-08-07 - Aanstaande zaterdag is het zo ver. De meest uitdagende klassieker van Nederland wordt verzwommen. Het is een klassieker met een geweldige historie. De wedstrijd is niet alleen bijzonder omdat het verreweg de langste is en een geweldige historie heeft. George Sieverding heeft er ooit een mooi stuk over geschreven wat hieronder volgt.

De wedstrijd is nog de enige wedstrijd waar met bootbegeleiding gezwommen moet worden, zoals het bij de daarna volgende echte uitdaging voor kilometervreters: "Het Kanaal". Op het IJsselmeer kun je de echte relatie met de coach en zwemmer zien. De zwemmer kan echt niet zonder de coach noch de schipper aan de overkant komen.

Het is ook een wedstrijd waar de voeding van de zwemmer belangrijk wordt. Na 1,5 - 2 uur heb je echt wat nodig. Verhalen van de beginperiode dat zwemmers als experiment ZONDER voeding overzwommen liepen bijna fataal af!

Wat niet onbelangrijk is is de sfeer van de wedstrijd. Het gaat om een top prestatie als een zwemmer aankomt in Medemblik. de sfeer op de kant in afwachting van de zwemmers wordt versterkt door de verslagen vanaf het water. De werkelijke aankomst is voor de deelnemers iets om niet te vergeten! Honderden mensen op de kant die je aanmoedigen.  scheepstoeters voor jou alleen. Geweldig!

Na afloop in de visafslag douchen en vetrommel van je afboenen en de anderen zien aankomen. De prijsuitrijking door Jack Brakeboer is altijd een feest!

Dus.... Kom kijken in Medemblik! Niemand heeft dit jaar "de smoes" dat er een andere wedstrijd is. De deelnemers verwachten uiteraard veel bijkijks en support van hun open water collega's die nog niet toe zijn aan het lange werk, maar het wel weten te waarderen of nieuwsgierig zijn ernaar.

Ter illustratie een stuk van George Sieverding eerder gepubliceerd in het jubileumboek 50 jaar Langebaanzwemmen.

IJsselmeeroversteek
Al in het begin van de vorige eeuw waren er pogingen om van Friesland naar Holland te zwemmen. Toen was er nog een echte Zuiderzee. De eerste geslaagde poging was al in 1910. Dat was Piet Ooms. Daarna waren het in 1928 en 1930 Corrie Leibrand, 10.33.00, en Centa Brouwer, 8.46.42. De gekozen route was in die dagen van Stavoren naar Enkhuizen.

Het IJsselmeer, de Zuiderzee was inmiddels ingedijkt, zou vlak na de oorlog nog door Willy van Rijssel, 9.39.00, Dick Schermer, 11.50.00 en de Haarlemse geweldenaar Jan van Hemsbergen, 10.03.00 worden bedwongen. Deze pogingen slaagden in 1948, 1949 en 1950 in genoemde volgorde.

Heldenmoed en onverschrokkenheid zijn kenmerkend geweest voor de oversteek van het IJsselmeer, telkens weer een organisatorisch kunststukje van DES uit Den Haag. De eerste editie ging de boeken in als misschien wel de meest heroïsche zwemstrijd in de Nederlandse geschiedenis.

Onder erbarmelijke omstandigheden gingen heel vroeg in de morgen, ik denk dat het 02.00 uur was, de auto's en zwemmers weg vanuit Medemblik voor de tocht over de Afsluitdijk naar Staveren. In de visafslag aldaar werd het een drukte van jewelste. Zwemmers, coaches, ouders, pers, publiek, allen wilden nog even iets zeggen of vragen aan het negental matadoren dat de inktzwarte verte zou instormen. Windkracht zes, zou toenemen tot zeven of acht, koude en regen en valt er nog meer te verwachten, een ongelukkige start.

Het bleek onmogelijk om de haven uit te komen. Terug op de boot en de haven uit. Opnieuw starten. Dit alles had een aantal deelnemers reeds tot een wrak gemaakt. Niet echter de allergrootsten onder hen zoals Jan Visser zou weten te volbrengen.

Terug naar het duel. Jan Visser en Hans Prins. Mannen die werden gevreesd om hun doorzettingsvermogen, hun behoorlijke snelheid en hun onverzettelijkheid. Het zou tussen dit duo een titanengevecht worden, terwijl zij de achterblijvers van zich afschudden. Alleen Hans Arendsen, de derde man die uiteindelijk de finish in Medemblik zou weten te halen, kon nog enigermate mee komen.

Daar verdween Wim de Boer, de Zaankanter die het uiteindelijk nooit zou halen maar in 1972 zelfs tot vijfhonderd meter van het einde wist te komen, Anke van der Veeken, de Haagse, gesteund door Jan van Scheijndel en later zelfs Het Kanaal bedwingend, Joop Menke, de clubgenoot van Jan Visser en ook iemand die het nooit zou halen, Arie Reyssel en Gert Udo, clubgenoten die het jaar in jaar uit zouden proberen totdat uiteindelijk Arie het in 1975 in 10.02.40(!) zou weten te halen en tenslotte de stylist Guus Ruygrok voor wie het water toch eigenlijk echt te koud zou blijven, maar die toch tweemaal deze monstertocht zou weten te volbrengen.
Terug naar het duel. Jan Visser, voortstormend en fel aangemoedigd door coach Bas Weemhoff, en Hans Prins, rustig glijdend en rekening houdend met zijn verwoestende eindschot, namen de ene golf na de andere en glimlachten in al hun eigen leed en ellende bij het vernemen van de namen der uitvallers. Hoe meer uitvallers in deze eerste wedstrijd des te groter hun prestatie. Dus doorbijten maar weer. Naarmate de race vorderde nam ook de westenwind toe en werden de golven zo hoog opgezwiept dat er eigenlijk gestaakt had moeten worden, maar het was de eerste en bij staken vrijwel zeker de laatste. Doorgaan dus! Medemblik kwam in zicht. Hoe bedrieglijk echter! Uur na uur zou Medemblik en vooral de kerktoren in beeld blijven, maar nooit dichterbij komen. En de zwemmer? Die worstelde door met de ene na de andere inzinking. Het kon echt niet. Maar viel daar Jan Visser niet wat vaker stil? Moest Bas Weemhoff niet steeds vaker een extra etenspauze inlassen? Hoorde ik hem niet steeds vaker brullen dat Hans Prins dichterbij kwam? Was het echt of dacht ik dat alles? Dit was de kans. Meldde Hans Prins vanuit het water dat de motor stokte, de wil verminderde, dan trachtte ik hem duidelijk te maken dat Medemblik voor hem lag (dat was altijd waar) en dat Jan Visser bijna te zien was. Nog twee uur zwemmen en nog een kleine driehonderd meter achterstand, het moest kunnen. Het zou ook gaan lukken. Vlak voor de haven verzwakte Jan Visser zodanig dat hij meer rond ging zwemmen dan echt vooruit kwam.

Hans Prins zag hem, rook zijn kans en opgezweept door coach en het aanzwellende geluid van het publiek "vloog” hij vrijwel in de haven over de arme Jan Visser heen om de eerste IJsselmeerzwemmarathon op zijn naam te schrijven in 7.02.03. Op ruim een minuut finishte de totaal ontgoochelde Jan Visser en ruim een half uur later de dappere Hans Arendsen. Daarmee was de eerste grote marathon voorbij. Slechts drie man aan de finish en negen opgevers. Minimaal 25 kilometer, soms oplopend tot boven de 30. Dit was een marathon om te blijven herhalen.

De omstandigheden zouden van jaar tot jaar verschillen en daarbij ook bepalend zijn voor het aantal deelnemers dat de finish zou halen. Het jaar na zijn eerste grote triomf zegevierde Hans Prins wederom en weer op dezelfde manier als in 1970. Weer was Jan Visser tweede en ditmaal Corry Ebbelaar derde. Zij zou in datzelfde jaar het wereldrecord over het Kanaal gaan verbeteren. In 1971 ook de eerste finish van Jack Brakeboer, de man die maar liefst acht keer het einde zou halen, de man die in 1970 als niet-zwembonder de tocht gewoon had gemaakt, de man die later trainer zou worden in Spanje en van daaruit met zijn pupillen zou komen, de man die tenslotte het café van zijn vader “Het Zwarte Woifke” zou overnemen en daardoor ook nu nog altijd in de organisatie zit, het café dat precies op de finish ligt in Medemblik en waar nog altijd menig sterk verhaal wordt verteld over de Zuiderzee, het IJsselmeer en vooral de tochten der giganten. Zo gaat er nog altijd het verhaal dat George Sieverding Hans Prins aan de boot zou hebben vastgebonden als de eindsprint werd ingezet, of dat hij bij inzinkingen boot wegvoer en hem het einde wees onder de woorden “zwem precies achter de boot aan, dan kom je er vanzelf” en zodoende geen gelegenheid gaf tot opgeven. Waar of niet waar?